Menu Sluiten

Gemeenschap vs community – en DEI maakt het kapot

Wat maakt dat mensen samen iets ondernemen? Een ideaal dat ze willen verwezenlijken: een betere wereld, schoner milieu, vrede, betere zorg, beter onderwijs, eigen gezondheid, een leuker dorp – vul maar aan. En tegenwoordig hoor je er al snel bij als je erover twittert of een podcast volgt die in lijn is met jouw idealen. Ik doe dat ook. En zo nu en dan hoor ik dat de volgers van zo’n kanaal “een gemeenschap vormen”. Dan breekt er bij mij iets. Een community, ja. Maar een gemeenschap? Nee. Ik leg het graag uit.

Wat is een echte gemeenschap?

Een gemeenschap is niet zomaar een groep gelijkgezinden, een homogene club. Het gaat verder. Binnen een echte gemeenschap gaat het juist niet om eenvormigheid, maar om functionele diversiteit met grenzen. Er zijn rollen: leiders, volgers, denkers en doeners. Samen zijn ze verantwoordelijk voor een gemeenschappelijk goed – een dorp, een kerk, een sportvereniging – iets dat groter is dan een project of een ideaal.

Grenzen horen erbij

Je hoort erbij of je staat erbuiten. Natuurlijk kun je onderdeel worden, maar dan moet je de do’s en don’ts kennen. Je moet je erin begeven en je steentje bijdragen. Komt je in een dorp wonen? Dan helpt het als je mee helpt met de maandelijkse oud-papieractie. Belangrijk is dat mensen elkaar min of meer kennen, met hun eigen aardigheden en vaardigheden. Dat krijg je door samen dingen te doen: scheidsrechter zijn, bardienst draaien, een toernooi organiseren.

Die geslotenheid maakt het juist interessant. Hoe open of gesloten ben je als gemeenschap? Mensen moeten zich ergens aan kunnen aansluiten en hun steentje bijdragen op hun eigen wijze. Kan dat niet? Dan glijdt het af naar een soort sekte. Bemoeienis van buitenaf om gemeenschappen te veranderen is in mijn ogen funest. Want degene die altijd en overal commentaar op heeft lijkt negatief, maar is oké – want hij wast de ramen bij zijn hoogbejaarde buurman.

Historie helpt, maar is niet nodig

De historie van een gemeenschap kan een grote rol spelen. Je hoort de verhalen hoe het vroeger was, over de voortrekkers, de smeuïge details, over wie ooit eens buiten de pot had gepiest. Een lange geschiedenis is niet echt nodig. Ook in een nieuwe Vinex-wijk kan na tien jaar een mooie gemeenschap ontstaan. Dan zie je wie een bouwer is en wie een beheerder. De persoon die voor het eerst een buurtbarbecue organiseert vergeet een vergunning aan te vragen, maar haakt af als de gemeente het bij de volgende keer eist. Dan staat iemand anders op om het volgens de regels te doen. Beide keren was het een groot succes. En dat “niet aanvragen” van een vergunning werd één van de sterke verhalen.

Waarom dit thema belangrijk is

Ik maak me zorgen over de echokamers op social media. Allemaal gelijkgestemden waar tegengeluid als storend wordt ervaren. Iemand reageerde ooit op een tegengeluid van mij: “Het zit je wel hoog he Jan?” Het lijkt wel of mensen alleen nog willen wentelen in hun eigen gelijk. Juist die vervlakking maakt me ongerust. Want de diversiteit binnen een echte gemeenschap – die van doeners, denkers, zeurkousen en helpers – is voor mij het grootste goed.

DEI-beleid is killing voor gemeenschappen

Nu worden vanuit de overheid DEI-regels (Diversity, Equity, Inclusion) opgelegd en gemeenten moeten een Lokale Inclusie Agenda opstellen. Ik zat laatst bij een bijeenkomst waar een dorpshuis gratis een traplift kon krijgen. Serieus – terwijl het dorpshuis geen tweede verdieping heeft. Het is de uitwerking van die DEI-agenda, voor een dorp dat al jaren dezelfde samenstelling heeft. En mocht er echt iets nodig zijn, dan regelen we dat zelf. Zoals we dat altijd al deden.

DEI-beleid gaat tussen de oren zitten. Plotseling praat het dorp over een traplift die nergens heen gaat. Of over een diversiteitsplan voor een bevolking die al eeuwen uit dezelfde families bestaat. Het geld is er, dus er moet iets bedacht worden om het uit te geven: een workshop, een vlag, een rapport. Pleisters plakken op een lichaam dat kerngezond is.

Door al dat DEI-geld en die regels verliezen we wat we altijd al konden: wachten tot een probleem écht speelt, en het dan zelf oplossen op een manier die bij ons past. DEI maakt lui. Het vervangt eeuwenoude zelfredzaamheid door afhankelijkheid van potten geld die toch op moeten. En ondertussen verbrandt het geld aan trapliften naar nergens, workshops voor niemand, en plannen waar niemand om gevraagd heeft – terwijl het dorp allang wist hoe het moest.

Laat dorpen en verenigingen met rust. Ze weten al eeuwen hoe ze een gemeenschap draaiende houden. Bemoei je er niet mee, tenzij we er zelf om vragen. Dan blijft de echte diversiteit gewoon bestaan.

Valvast: Van pleister-plakken naar echte zorg: waar trek je de grens?

Fase 6: Valvast (deze blog is een vervolg op mijn vorige blog Subsidies en lui maken) is niet zomaar “laat iedereen maar vallen en succes ermee”. Nee, het gaat om balans. Want ja, er zijn mensen die het écht niet redden. Mensen met een zware handicap, chronische ziekte, ernstige armoede of trauma’s die ze niet zelf hebben veroorzaakt. Voor hen moet er een vangnet zijn – en dat vangnet mag best royaal zijn. Ik ben zelf vrijwilliger bij een telefonische hulplijn; ik weet hoe belangrijk het is dat iemand luistert als het echt niet meer gaat.

Maar wat we nu zien, is dat we overal een pleister op plakken. Ook op schaafwondjes die met een beetje frisse lucht veel sneller genezen.

Neem dat verhaal uit het vorige dorp waar ik woonde. Een ondernemende organisator was zó kwaad op de toeristenbelasting die de gemeente wilde heffen op zijn evenement, dat hij besloot: geen entree meer. Geen kaartje, iedereen gratis naar binnen. Resultaat? Een veel groter publiek, een bruisend feest, meer lachende gezichten, meer biertjes getapt en uiteindelijk een veel succesvollere dag dan wanneer hij braaf die belasting had afgedragen. Door de regel te omzeilen en zelf een oplossing te zoeken, kwam hij sterker uit de strijd – en het hele dorp profiteerde mee.

Zo werkt het ook met mentale gezondheid. De een krijgt een diagnose, wordt in het systeem gezet en wacht nu al maanden op een afspraak bij de GGZ. Intussen zit hij thuis, voelt zich patiënt, het wachten knaagt, en het wachten zelf wordt een nieuwe last. De ander zegt: “Ik wacht niet langer” en gaat zelf op zoek – leest boeken, praat met lotgenoten, trekt de wandelschoenen aan, zoekt een privé-therapeut of een online cursus. Vaak komt hij er sterker uit, met meer eigen regie en zonder jarenlang vast te zitten aan tweewekelijkse halfuurtjes bij een psycholoog.

En neem nou AI als modern voorbeeld. Guido Stompff, een ontwerper en docent, deelde onlangs een treffend verhaal op LinkedIn. Hij gaf zijn derdejaars studenten een klassieke creatieve opdracht: wat kun je allemaal maken van een koffiefilter. Vroeger leidde dat tot wilde experimenten, samenwerking en originele ideeën. Nu? Stilte. Telefoons tevoorschijn, ChatGPT of Gemini raadplegen, en allemaal kwamen ze met bijna identieke suggesties. De studenten zaten er hulpeloos bij. Net zoals Google Maps ons hulpeloos heeft gemaakt met navigeren, maakt AI ons hulpeloos in creatief denken.

En dan hoorde ik laatst dit verhaal, dat me nog steeds een beetje blijft steken: in een dorp maaien dorpsbewoners vrijwillig het gras rondom een asielzoekerscentrum. Goed bedoeld, natuurlijk. Maar binnen zitten jonge asielzoekers van rond de twintig de hele dag te gamen. Fitte jongens die prima zelf een grasmaaier kunnen vasthouden. In plaats van ze uit te nodigen om mee te doen – “kom op, pak een maaier, dan is het in een uurtje klaar en drinken we daarna een colaatje” – doen we het voor ze. Weer een pleister op een schaafwondje dat met een beetje eigen inzet en frisse lucht prima zelf zou genezen.

Natuurlijk: voor wie echt vastzit, is die professionele hulp goud waard. Maar voor velen is dat wachtlijst-systeem juist een extra dikke pleister op een wond die met frisse lucht en eigen actie veel sneller geneest.

En ja, zelfs als er een beetje vuil in het wondje komt en er een klein ontstekinkje ontstaat – ook dát maakt je lichaam uiteindelijk sterker. Stel je voor: een kind valt in de modder, krijgt zand in de schaafwond. Thuisgekomen wil je meteen desinfecteren, pleister erop, “arme schat”. Maar laat je het een dag open, dan komt er misschien een rood randje, een beetje pus, een mini-oorlogje in het lichaam. Het immuunsysteem rukt uit, ruimt de indringers op, bouwt antistoffen op en sluit de boel af met een stevige korst. Een week later is de huid dikker, sterker, beter voorbereid op de volgende val. Precies zoals bij kinderen die buiten spelen en af en toe vies worden. Ze worden er niet zwakker van, maar weerbaarder – minder allergieën, minder snel ziek.

Een kind dat valt en een schrammetje heeft? Pleister erop, troosten, drama maken. Een tiener die een onvoldoende haalt? Meteen mailen met de leraar, bijles regelen, excuus zoeken. Een volwassene die een kritische opmerking krijgt? Direct naar HR, melding maken, “ik voel me onveilig”.

Het resultaat? De wond geneest niet sneller, maar langzamer. Want onder die pleister blijft het vochtig, broeierig, de huid wordt week en leert niet zelf harder te worden. Een schaafwond die in de open lucht staat, vormt binnen een paar dagen een korstje – ruw, lelijk misschien, maar oersterk. Daarna is het beter bestand tegen de volgende stoot.

Zo werkt het ook met psychologische wonden: een beetje ongemak, een beetje falen, een beetje kritiek. Zelfs een beetje “vuil” in de vorm van een harde les of een conflict – dat is de frisse lucht én de kleine infectie die ons immuunsysteem voor het leven traint.

De overgang naar fase 6 begint dus met een simpele vraag die jij jezelf kunt stellen als ouder, leraar, vriend, organisator of collega:

“Is dit een schaafwondje of een open botbreuk?”

Bij een schaafwondje: frisse lucht, beetje blazen, eventueel een beetje vuil erin laten, “kom op, zoek zelf een oplossing”. Bij een botbreuk: pleister, spalk, arts, wachtlijst, alle hulp die nodig is.

Als we dat onderscheid weer durven maken, dan:

  • krijgen de mensen die het écht nodig hebben de volle aandacht en middelen (want die gaan niet meer op aan schaafwondjes),
  • én groeit de rest op tot stormsterke volwassenen die niet bij elk wolkje denken dat de hemel instort – of bij elke regel meteen een subsidie of diagnose verwachten.

Het is geen hardheid. Het is echte zorg: zorg die geneest in plaats van smoort.

En ja, een wond geneest vaak sneller in de open lucht. Zelfs met een beetje vuil erin. Laten we die lucht weer toelaten – en laten we zelf weer ondernemen als het systeem ons in de weg zit.

Ik zag een gesprek met Jim van Os wat er super op aan sluit.

Mocht zelf eens stil willen staat hoe valvast je zelf bent opgevoed dan kan je de Valvast test doen.

Subsidies maken lui – en woke maakt slachtoffers

Krijg ik net een telefoontje van een dorpsgenoot: of ik al subsidie heb aangevraagd voor een activiteit. De vraag sloot naadloos aan bij de kern van deze blog. Sterker nog: de titel had ik al klaar.

Al die subsidies die je tegenwoordig kunt aanvragen voor activiteiten maken mensen lui. Sterker nog: we verleren zelf dingen te organiseren.

Dat je zwakker wordt als je een spier niet gebruikt, is een bekend fenomeen: “Use it or lose it”. Dat geldt voor alles in het leven. Gebruik je altijd navigatie? Dan vind je de weg nog maar met moeite. Hoofdrekenen, gitaarspelen, klaverjassen – het is nooit helemaal weg, maar het wordt wel “roestig”.

Hetzelfde gebeurt met het organiseren van activiteiten. Vroeger regelde Piet de ballen, Kees het net en Jannie de hapjes en drankjes (ja, ik zit in een traditionele omgeving). En hup, de buurtvolleybal kon los. Henk deed ook mee, ook al sportte hij niet zoveel – en laat hij nou net zijn enkel verzwikken. Die ballen en dat net hadden we kunnen lenen bij de volleybalvereniging. Misschien was Henk dan wel lid geworden.

Maar nee, we vragen het liever aan bij de gemeente. Want er is een potje voor.

Die reflex – alles meteen bij de overheid neerleggen – stuit me steeds meer tegen de borst. Zeker als we het zelf prima kunnen opbrengen. Ik zie bij gemeenten legers ambtenaren die zich bezighouden met “participatie”. Allemaal goed bedoeld. Je kúnt overal subsidie en hulp voor krijgen. Alleen zien we tegelijk dat de zelfredzaamheid afneemt.

Het heeft alles te maken met een doorgeschoten zorgcultuur – ook voor de “zwakkere”. Begrijp me goed: er móet aandacht zijn voor mensen die het echt niet redden. Daarom ben ik zelf vrijwilliger bij een telefonische hulplijn. Maar het eindeloos pamperen van curlingkinderen levert op latere leeftijd serieuze problemen op. Ik herken ze regelmatig in de gesprekken die ik voer.

Even zoeken en je vindt de wetenschappelijke onderbouwing: longitudinale data (o.a. Twenge et al.) laten een stijging zien van 63% in depressie en 71% in psychische stress bij millennials en Gen Z (2009-2017), deels gelinkt aan overbeschermende opvoeding.

Ik ben boerenzoon, opgegroeid met een iets hardere jeugd. Hutten bouwen, boomklimmen, vuurtje stoken (en je eraan branden), vallen met de fiets omdat we weer een stellage hadden gemaakt om overheen te springen. Beide knieën dragen nog de littekens. In die wereld leerde je op wie je kon bouwen en wie niet bij je paste. Hetzelfde zie ik bij jongeren in de stad die veel op straat leven: ook zij zoeken uit wie te vertrouwen is en wie niet (zie ook mijn eerdere blog over erfwijsheid).

“Boerenslimheid” en “streetwise” vind je vooral in armere wijken en op het platteland, waar men meer op gevoel vertrouwt dan op regels. Juist de overbescherming zie je vooral bij hogeropgeleiden. Recentelijk is er ophef over jongeren op het platteland die lijden onder groepsdruk. Daar moeten jongeren tegen beschermd worden. Echt een “woke gedachte”.

“Veel van wat we nu ‘woke’ noemen, is geen ideologie die uit de lucht komt vallen, maar een logisch cultureel bijproduct van een generatie die emotioneel in bubbelplastic is opgevoed: als je nooit hebt geleerd dat ongemak normaal is, ga je elk ongemak uiteindelijk zien als onrecht dat bestreden moet worden.”

Hoe zijn we hier terechtgekomen – en hoe komen we eruit? 6 stappen:

  1. Overbescherming → slappe weerbaarheid
  2. Slappe weerbaarheid → alles voelt als aanval
  3. Alles voelt als aanval → veiligheid is heilig
  4. Veiligheid is heilig → slachtofferrol = macht
  5. Slachtofferrol = macht → taalpolitie & cancelcultuur
  6. Laat ze weer vallen & falen → slachtofferschap verliest zijn glans en woke sterft vanzelf uit

Slotzin: De snelste manier om woke te killen is kinderen weer te laten vallen zonder dat wij er meteen een trauma van maken.Zie ook mijn volgende blog

Samenvattend:

Beter onderwijs

In mijn blog heb ik vaak geschreven over het failliet van het onderwijs. In plaats van kinderen uit te dagen het beste uit zichzelf te halen, zijn het fabrieken geworden waar kinderen in mallen worden geperst. Ze moeten voldoen aan een norm die regelmatig wordt getoetst. Ze worden van hun 5e tot hun 16e eraan blootgesteld. En als je beter in staat bent te voldoen aan de norm, ben je er nog 4 jaar aan onderworpen.

Of als je nog beter bent in het voldoen aan de norm, dan kun je zelf een academische titel behalen en jezelf wetenschapper noemen. Wat dus niet correct is – zie mijn eerdere blog: een universitaire studie is iets anders dan wetenschap. En om eerlijk te zijn, is in mijn ogen “lang leren” synoniem aan lang hersenspoelen. Je bent extreem goed in het reproduceren van wat bekend is. Het vak “kritisch denken” is verboden.

Tot zover mijn persoonlijke mening, die ik niet eerder zo helder heb verwoord. Ik kreeg een video te zien die hierop aansloot. Met name een tekst die me raakte. Samenvattend gaat het over onderwijs dat kinderen iets leert, maar gehoorzaamheid kweekt – heftig. een passage: Als ze oud genoeg zijn om te gaan begrijpen wie ze zijn, dwing ze dan in een systeem dat hun leert dat het fout is om jezelf te zijn als je anders bent dan wat als ‘normaal’ wordt gezien.  Verplicht ze elke dag naar een instelling te gaan waar ze alleen mogen worden geconfronteerd met de informatie die hen wordt voorgeschoteld. Laat de instelling bezoeken van hun vijfde tot ze volwassen zijn en toets ze eindeloos, zodat de informatie hun waarheid wordt.

Dit lijkt allemaal een complottheorie. Maar als ik wat verder ga zoeken – en dat kan tegenwoordig eenvoudig – kom ik van alles tegen. Er is een boek over geschreven met als titel “The Deliberate Dumbing Down of America: A Chronological Paper Trail”. Het bewust dommer maken om kinderen volgzamer te maken. Het zit ook in de hoek van complotten maar zet je wel aan tot denken.

Ad Verbrugge en Jelle van Baardewijk zetten zich in voor Beter Onderwijs Nederland. Mij uit het hart gegrepen, maar alles wat ik ervan lees en hoor (en dat is niet echt veel 🙁 ) slaat dat vooral op cognitieve vaardigheden. “Meer dan 20% is functioneel analfabeet”, hoor ik Ad dan zeggen. Natuurlijk is dat een groot probleem. Maar is het échte probleem niet het focussen op cognitieve vaardigheden en de verschuiving naar het affectieve domein (emoties, waarden, attitudes en overtuigingen – hoe een student voelt of gelooft over een onderwerp)? In mijn ogen moet er meer aandacht komen voor praktische en fysieke vaardigheden (hands-on learning). Voor beroepsgerichte ontwikkeling, met focus op toepassing in het echte leven:

  • Technische en vakvaardigheden: Handvaardigheid, zoals coderen, koken, maken of repareren.
  • Fysieke ontwikkeling: Sport, gezondheid en motorische vaardigheden om balans te creëren tussen lichaam en geest.
  • Levensvaardigheden: Financiële geletterdheid, tijdmanagement en aanpassingsvermogen voor onafhankelijkheid.

En dat alles al op de basisschool en het voortgezet onderwijs.

Ik sprak met een onderwijzeres die op een basisschool kinderen begeleidt die moeilijk meekomen. Enthousiast vertelde ze me over een meisje van rond de 10 jaar dat moeilijk meekwam. Ze mocht een poosje meelopen met een hovenier. Toen ze in de werkplaats een kettingzaag zag liggen, vroeg ze: “Mag ik die uit elkaar halen en weer in elkaar zetten?” Tot grote verbazing van de hovenier deed ze dat superhandig. Dat had ze haar vader ook al eens zien doen. Nadat ze een paar dagen had meegelopen, zag ze opeens het nut van al dat lezen en rekenen. De onderwijzeres had nog meer van deze voorbeelden. Nu ligt bij mij de uitdaging om die onderwijzeres bij Beter Onderwijs Nederland aan tafel te krijgen.

Terug naar mijn geluidsfragment, over onderwijs als “methode om de maatschappij te veranderen” – complot of niet, ik herken er wel iets in. Ik moest eraan denken toen ik de uitzending van “De Nieuwe Wereld” zag, waarin ook een passage over het onderwijs. (zie hieronder). Misschien is dit ook wel een illustratie hoe mensen die lang hebben gestudeerd en rondgelopen in het systeem zich uiten in taal die voor de gewone man nauwelijks te volgen is. Het is verbaal armpje drukken. Goochelen met woorden, maar ik hoop dat ze een beetje bedoelen wat ik hier schrijf. Maar ik sluit af met woorden mijn eerdere blog: het onderwijssysteem… het is een klotenzooi.

Maar ik hoor graag jouw mening.

Of hoe ik mijn jeugd ook heb ervaren

De explosie van de coördinerende klasse

Mijn vader komt regelmatig voorbij in mijn verhalen. Bijzonder, want hij is al meer dan 45 jaar geleden overleden. Een paar weken geleden stond ik voor een zaal met zestig man te praten over gemeenschappen. Toen mijn verhaal klaar was, vroeg de dagvoorzitter: “Waar komt jouw drive vandaan?” Ik zei: “Mijn vader.” Zijn principe was simpel: als je een idee hebt, moet je ook bereid zijn het zelf uit te voeren.

Neem de lagere school waar hij in het bestuur zat. Elk jaar werd er een Sinterklaas ingehuurd. Mijn vader: “Dat moeten we toch zelf kunnen?” Niemand wilde. Waarop iemand zei: “Doe jij het?” En zo is mijn vader twintig jaar lang Sinterklaas geweest. Alle vier zijn kinderen hebben bij hem op schoot gezeten. Toen ik dat vertelde, begon ik te huilen in die zaal. Het zit diep.

En juist dat principe zie ik steeds minder om me heen.

Mensen die precies weten hoe het anders kan, maar zelf nooit de handen uit de mouwen steken. Dat begint al in ons onderwijs. Populaire studies: MBA, MER, bedrijfskunde, sociologie, psychologie, filosofie. Allemaal gericht op abstraheren, analyseren, presenteren en coördineren. Prachtig. Maar wie gaat het dan dóén?Veel mensen hebben nooit gereedschap in de handen gehad of klanten of cliënten / patiënten gesproken.

Zeker niet de mensen die het bedacht hebben. Die hebben status verworven, want analyseren en coördineren betaalt beter dan uitvoeren.

Als je er oog voor krijgt, zie je het overal.

  • 15 jaar geleden: 100+ formulieren met handtekeningen opgehaald voor een initiatief. Achter me hoorde ik iemand zeggen: “Oh ja, die formulieren moeten nog ingevoerd worden. Hoe moeilijk kan dat zijn? Er is vast wel iemand voor te vinden.” Aan zo iemand heb je dus helemaal niets! Uiteindelijk deed iemand die nooit te beroerd is het gewoon. (Niet ik, deze keer.)
  • Bestuurslid van een kleine stichting dat in het voorstelrondje zegt: “Ik ben bestuurslid en doe geen uitvoerend werk.” Eerlijk? Ik ben er klaar mee.

Want dit is de formule:

Je kunt niet uitvoeren, maar wel problemen benoemen en “oplossingen” bedenken in de vorm van nieuw beleid, nieuwe afdelingen, nieuwe regels, nieuwe subsidieprogramma’s. Gevolg: je creëert je eigen baan door de organisatie verder uit te breiden. De overheid en grote corporaties zijn hiervoor het perfecte biotoop. Waar kun je anders 80-90% van je tijd vergaderen, rapporten schrijven en projecten coördineren – en toch een vast contract, goed pensioen en status hebben?

Het rare is: concreet iets doen geeft directe voldoening. Een storing verhelpen, iemand verzorgen, een brand blussen. Maar dat werk is vaak vies, onzeker, laag in status en je krijgt geen likes op LinkedIn als vrijwilliger achter de bar in het dorpshuis – wel als je een powerpoint post over “inclusief vrijwilligerswerk”.

Dus zoeken we voor al dat “simpele” werk vrijwilligers. Maar wie wil werk uitvoeren dat door iemand anders is bedacht. (en vaak ook nog niet eens goed)

En dan verbazen we ons dat er een schreeuwend tekort is.

Ik trap er nog steeds in. Onlangs een conferentie Maatschappelijk Ondernemen – Practitioners Day. Joepie, dacht ik, eindelijk mensen die het écht doen. Ik ben zelf betrokken bij een stichting met een huiskamerproject en vier huurwoningen voor jongeren. Bij de conferentie een zaaltje van vijftig man: drie mensen die daadwerkelijk iets runden. De rest? Consultants, coördinatoren, onderzoekers. Om te janken.

Herken je jezelf als lid van de coördinerende klasse? Als jij beleid schrijft, trainingen geeft, subsidies coördineert, processen versnelt, diversiteit bevordert, inclusie monitort, participatie faciliteert – maar zelf nooit de handen uit de mouwen steekt voor het échte werk?

Besef dan dit:

  • Je bent geen oplossing.
  • Je bént het probleem dat je zegt op te lossen.
  • Je leeft van formulieren, vergaderingen en overhead.
  • Je meet succes in proces, niet in resultaat.
  • Parasiteren op ellende is je verdienmodel.

Zolang wij beleefd blijven knikken, blijf jij eten. Zodra wij stoppen met knikken en beginnen met vragen – “Hoeveel uur heb jíj dit jaar zelf concreet geholpen?” – stort jouw wereld in.

Want zonder onze stilte, ons geld en onze goedkeuring ben je niks.

De keuze is simpel: Word doener. Of word overbodig.

De klok tikt. En ik knik niet meer.

Oh ja en wil je weten of je een kletser of doener bent? Doe de test!

We worden niet serieus genomen! Maar we zijn erfwijs!

Het is alweer een poos geleden dat ik een blog schreef, iets weerhield me. Ook AI kon me niet helpen want iedere keer als ik begon kon ik de kern niet echt pakken. Maar het moet er nu toch maar uit! 

Al langer ben ik bezig met abstract en praktijk. Mensen uit de praktijk verbazen zich over hoe “slimme” mensen domme dingen doen. Slim tussen aanhalingstekens want hoog intellect of een academische studie staat niet gelijk aan slim want anders hadden we niet een uitdrukking Boeren Slimheid. In het Engels kennen ze Streetwise. Ik heb AI even gevraagd de overeenkomst tussen die 2 verder uit te werken en ik kan me er prima in vinden. 

OvereenkomstUitlegVoorbeeld
Praktische, ervaringsgedreven wijsheidBeide benadrukken slimheid die komt uit de praktijk en het leven zelf, niet uit school of theorie. Het gaat om ‘leren door doen’ en snel schakelen.Een streetwise iemand ontwijkt oplichters in de stad; een boerenslim iemand repareert een machine met touw en ducttape omdat dat werkt.
Overleven in tegenspoedHet draait om veerkracht en creatief omgaan met beperkingen of risico’s in een ‘harde’ omgeving – of dat nu de urban jungle is of het platteland.Beiden helpen je om tegenslagen te tackelen zonder luxe middelen: denk aan onderhandelen voor een betere deal op straat of bij een marktkoopman.
Nuchter en uitgeslapenGeen poespas of illusies; het is realistisch, soms een tikje cynisch, met een focus op wat écht telt (veiligheid, voordeel, efficiëntie).Zowel de streetwise kid die foute bendes ontloopt als de boer die een storm voorziet en zijn vee op tijd binnenhaalt.
Sociale navigatieBeide helpen bij het lezen van mensen en situaties: wie is betrouwbaar, hoe win je vertrouwen, hoe vermijd je valkuilen?In een complexe wereld vol interacties, zoals netwerken in de stad of onderhandelen met leveranciers op het land.
Universele toepasbaarheidZe transcenderen context: streetwise skills werken ook in rurale settings, en boerenslimheid helpt in de stad. Het is ‘folksy intelligence’ voor iedereen.Een immigrant die streetwise boerenslimheid inzet om een nieuw leven op te bouwen, waar ook ter wereld.

Nu is er iets aan de hand tussen mensen die hun hele leven alleen in de abstracties hebben geleefd en mensen die de praktische wereld hebben ervaren. Het is iets met taalgebruik. Ik kom er op toen ik een gesprek met Joris Luyendijk zag. Echt een aanrader kijk even vanaf 7:40 en dan tot 11:40 mag natuurlijk langer, maar kom dan wel weer terug want ik moet mijn punt nog maken.

Ik moest denken aan mijn gesprek met Jelle van Baardewijk wat heel erg (door de kijkers) werd gewaardeerd. Zelf had ik gelijk wel het gevoel dat Jelle me niet serieus nam. Dat kwam door zijn opmerking gelijk aan het begin. “maar het is ook  onderdeel van het theoretisch discours dat je je niet per se helemaal hoeft te mengen als persoon Je kan ook eh bij ideeën houden” Hoe die opmerking bedoeld was, weet ik niet (nog steeds niet) maar er werd wel even wat gemarkeerd. Verderop in het gesprek kreeg ik een compliment van Jelle: “je zegt eigenlijk hele verstandige dingen”.  Dank 🙂

Door de twee fragmenten over de vinkjes en het gesprek met Jelle is er bij mij wel iets ontstaan. Hoe goed je ook je best doet, academisch gevormden die niet uit een praktische omgeving komen nemen je niet serieus. En zelfs al ben je aangepast (beheers je het ABN, spreek je accentloos) dan hoeft er maar wat te gebeuren of je wordt niet meer serieus genomen. Een vriend van me noemde dat laatst: Mijn kinderen hebben beiden gymnasium en universiteit gedaan maar komen erop hun 30e achter dat ze altijd hebben neergekeken op HBO-ers. Nou dan hoeven we het over MBO-ers en anderen helemaal niet te hebben.

Die “niet universitair geschoolden” hebben andere dingen geleerd kijk maar naar bovenstaande tabel. Omgekeerd nemen die juist al die hoog geleerdheid niet serieus. Quote van mijn vader: “als ze poepen denken ze, dat ze niet stinken”.

Ja daar zit ik dan met mijn Gronings accent. Sinds een jaar weet ik dat ik bij een woord eindigend op “en” de n niet moet uitspreken. Nou lekker dan. Als Groninger slik ik de laatste e in en mag ik de n ook al niet meer zeggen wat blijft er over? Als ik het gesprek met Jelle terug kijk lukt me dat aardig. Maar toen ik de training van Stemacteur deed en bewust netjes moest prate lukte me dat steeds niet.

Terug naar mijn overpeinzing. Iemand met de 7 vinkjes van Joris Luyendijk weet dus niet beter. (zie voor een uitleg van de vinkjes hieronder)  En iemand die 6 vinkjes of minder heeft zal er vaak voor kiezen om zich vast te klampen aan de mensen met 7 vinkjes. Als ik Joris mag geloven is dat bijna een natuurlijk gegeven. Kinderen op het gymnasium of universiteit hebben zich over het algemeen binnen de kortste keren aangepast om ook er een vinkje bij te krijgen. 

OK we worden dus niet serieus genomen. Zelfs een tattoo, slorig kapsel (ik moet volgende week nodig naar de kapper) of accent zorgt ervoor dat je vaak gediscrimineerd wordt. Dat is veel vileiner dan gender of huidskleur. Wat we wel hebben is onze boerenslimheid en als we dat eens aanvullen met de achtergestelden in de steden, de mensen die Streetwise zijn komen we ergens. Misschien kunnen we een verschil maken. Want wij hebben geleerd om ons aan te passen in sommige gevallen zelfs om te overleven.  Dat hebben we van huis uit meegekragen of op straat geleerd. We zijn dus “Erfwijs¨. Iets voor de mensen met 6 of 7 vinkjes om te onhouden! We zijn vaak niet dom en zeggen “soms verstandige dingen”. Maar veel belangrijker nog we voelen in al onze vezels wanneer we niet serieus genomen worden.

Ik ga er graag over in gesprek, 7 vinkjes of niet maakt me niet uit. Bij deze de uitnodiging.

 

De zeven vinkjes op een rij

Hier een overzicht van de zeven kenmerken, zoals Luyendijk ze beschrijft:

VinkjeBeschrijving
1. Man zijnMannelijkheid biedt structurele voordelen in een patriarchale samenleving, zoals meer autoriteit en minder vooroordelen.
2. Wit zijnBlank zijn beschermt tegen racisme en geeft onbewuste voorkeur in banen, media en dagelijks leven.
3. Hetero zijnHeteroseksualiteit is de norm; LHBTQ+-personen ervaren vaak discriminatie of onveiligheid.
4. Hoogopgeleid zijnEen academische titel opent deuren naar topposities en netwerken.
5. Hoogopgeleide ouders hebbenEen ‘head start’ door cultureel kapitaal, connecties en verwachtingen thuis.
6. ABN-sprekend zijnAlgemeen Beschaafd Nederlands spreken (zonder accent) wordt geassocieerd met professionaliteit en betrouwbaarheid.
7. In de Randstad wonenWonen in de economische en culturele kern (Amsterdam, Rotterdam, etc.) geeft betere toegang tot banen, onderwijs en invloed.

Als je links kijkt, zie je rechts niets

Verkiezingstijd: dat magische moment waarop politici beloften strooien als de Regenboog Piet met pepernoten. Links, rechts, midden – ze hebben allemaal hun eigen sprookjes met oplossingen. “Poef! Armoede verdwenen, klimaat gered, grenzen veilig, iedereen welkom!” Maar als je te lang naar één kant tuurt, mis je de blinde vlekken aan de andere. Vanuit het midden – dat saaie, maar eerlijke plekje waar realisme regeert – zie je hoe die aannames soms zo absurd zijn dat je moet grimlachen. Niet omdat het grappig bedoeld is, maar omdat illusies soms lachwekkend zijn. Laten we er een paar oppakken, met een knipoog naar de ironie van het allemaal.

De energietransitie: heilige graal of groene waan?

“Alles elektrisch, en we leven in harmonie met de planeet!” Klinkt als een fee die met haar stafje zwaait en de wereld verandert in een duurzame utopie. Maar de schaarse grondstoffen die daarvoor nodig zijn, het verkloten van het landschap en de overlast voor omwonenden laten een andere kant zien. Industrie en vervoer ombouwen naar pure elektriciteit? Alsof batterijen oneindig energie opslaan zonder fossiel of kernenergie als back-up. In de praktijk knalt de rekening de hoogte in, en dimmen de lampen als het donker wordt en de wind niet waait. Te gefocust op de groene droom, en je ziet de grijze realiteit van afhankelijkheid niet.

Vaccinatieverhalen: dansen met Jansen of stille bijwerkingen?

“Geprikt? Dan door met het leven: dansen met Jansen!” Een logische aanname, maar probeer eens te praten over bijwerkingen of die vreemde pieken in oversterfte – nee, dat past niet in het script. Wetenschap is óf heldenverhaal óf complot. Vanuit het midden zie je het: aandacht voor nuances en tegengeluiden ontbreekt. Het zou ons allemaal – en de wetenschap zelf – sterker maken. Grappig, op een wrange manier, hoe een virus ons verdeelt in plaats van verbindt. De oproep “we doen het samen” eindigt met “wij versus zij”.

Klimaatangst: smeltende poolkappen of rammelende tanks?

“Het klimaat verandert!” Maar kijk naar het leger: budgetten en missies exploderen. Overal tanks op straat en vliegtuigen in de lucht, omdat er opeens geld vloeit – nu moet er “meer gebeuren” voor veiligheid. Klimaat is opeens van minder belang. Als je links naar de smeltende poolkappen staart, mis je rechts de tanks die ratelen.

Voedselrevolutie: groente kweken of bananen importeren?

“Lokaal en biologisch, terug naar de roots!” Idyllisch, als een kabouterdorp in je achtertuin. Maar daarmee een hele maatschappij voeden? Kom op, dat is een weekendhobby, geen voedselrevolutie voor miljoenen monden. Terwijl we dromen van zelfvoorziening, importeren we nog steeds bananen uit de tropen – biologisch of niet, niemand klaagt erover. En die legbatterijen die in Nederland zijn afgebroken en weer opgebouwd in Oekraïne? Die zorgen voor geimporteerde eieren van kippen in kooien.

Democratische inclusie: feestje met dichte deuren?

“Inclusief voor iedereen!” – behalve voor mensen met een ander verhaal, als een openbaar feestje met dichte deuren voor de buren. Democratie bloeit bij debat; vanuit het midden zucht je: boycots doden de dialoog. Immigranten zijn een verrijking, andere culturen verrijken ons. Maar immigranten zorgen ook voor slechtere Cito-scores, en collectief worden we er dommer van. Links ziet de culturele mix, rechts onrust en criminaliteit; het midden vraagt: wanneer gaan we in gesprek? (zie ook de onderstaande video)

Belastingtrucs en onderwijs: toverstokjes met adders?

“Belasting verlagen voor de middenklasse!” Maar btw, accijnzen en groene heffingen pieken, als een dieet met extra snacks. Onderwijs als kristallen bol: “Iedereen slim en inclusief!” Maar te veel workshops, te weinig basisvaardigheden; kinderen leren diverse identiteiten, niet taal of het rekenen. Op de toekomst voorbereiden, maar de basis vergeten – veel functioneel analfabetisme – alsof je bouwt op los zand.

Groene banen en vrijheid van spreken: jackpot of censuur?

“Miljoenen jobs uit duurzame dromen!” Maar oude sectoren krimpen, nieuwe bloeien traag; resultaat: een lot uit de loterij voor consultants en specialisten. Vrijheid van spreken als open boek: “Iedereen mag!” – tot het desinformatie wordt genoemd en platforms censureren. Links waarschuwt voor haat, rechts voor Big Brother. Een partij die eerst voor een referendum was, het vervolgens wegstemde en nu weer opneemt? Als clowns van het Binnenhof die hun eigen tent afbreken en heropbouwen voor applaus. Die arme mensen in Rusland krijgen alleen een eenzijdig verhaal te horen; in Nederland is Russia Today geblokkeerd.

Vechten voor vrijheid: fucking for virginity

Vanuit het midden zie je de ironie. “Vechten voor vrede!” roepen ze luid, met vuisten gebald en vlaggen wapperend. Maar wacht even: vechten voor vrede? Dat is als neuken voor maagdelijkheid. Oorlogen voor democratie eindigen in dictaturen met een democratischer sausje, protesten voor gelijkheid escaleren tot schelden over fascisten. Links tuurt naar de morele high ground, rechts naar de echte vijand in de bosjes; het midden gniffelt: misschien is echte vrijheid niet te veroveren met wapens of woorden, maar door gewoon op te houden met het gevecht.  Wat als we eens ophouden met vechten voor vrijheid, en beginnen met elkaar te ontmoeten en te leven in vrijheid?

Afronding

Kortom, verkiezingsbeloften zijn als een spiegelpaleis: afhankelijk van waar je staat, zie je alleen je eigen reflectie – links utopie, rechts traditie. Het midden opent de deur voor een bredere blik: gniffel om de absurditeit, stem met open ogen, en hoop op een realistisch sprookje. De enige belofte die telt? Dat morgen de zon weer opkomt. (En ook dat is een illusie want de aarde draait).

Universitaire studie vs. Wetenschap: Een klotenzooi!

"Student met diploma vs. wetenschapper in operatiekamer: verschil universitaire studie en wetenschap."

Ik ben lang verward geweest door de termen universitaire studie en wetenschap! Ik dacht dat een universitair diploma je automatisch een wetenschapper maakt. Niets is minder waar! In deze blog, deel ik mijn nieuwe inzicht voor wat betreft het verschil tussen een universitaire studie en echt wetenschappelijk onderzoek – wel met mijn rechtse bril op. Want laten we eerlijk zijn: de academische wereld is soms een bubbel van linkse dogma’s, ver verwijderd van de echte wereld. Zie ook mijn eerdere blogs. Ik pak ook twee cruciale elementen aan die me dwars zitten: wetenschappers die zich buiten hun vakgebied profileren als alwetende experts, en het dedain waarmee de elite neerkijkt op mensen zonder universitaire opleiding. Laten me vertellen wat een universitaire studie écht inhoudt (volgens AI) en waarom wetenschap een ander beestje is.

Wat is een Universitaire Studie?

Een universitaire studie is een gestructureerd opleidingsprogramma aan een universiteit, gericht op het aanleren van bestaande kennis en academische vaardigheden zoals kritisch denken, analyseren en schrijven. Denk aan colleges, examens en een scriptie. Het doel? Een diploma (bachelor, master of doctoraat) dat aantoont dat je een bepaald niveau van kennis hebt over een vakgebied. In veel gevallen is het gewoon doorzetten. Maar laten we duidelijk zijn: je leert vooral om theorieën te begrijpen en te reproduceren, niet om ze direct toe te passen in de praktijk. Toepassing? Dat komt misschien later, met ervaring buiten de collegebanken. Of soms ook helemaal niet, dan ga je bijvoorbeeld de politiek in 🙂

Bijvoorbeeld: een student psychologie leert over Freuds theorieën of statistische analyses, maar dat maakt hem geen therapeut of datawetenschapper. Het diploma certificeert kennis, geen beheersing van het vak.

Wat is Wetenschap?

Wetenschap, daarentegen, is het proces van nieuwe kennis creëren. Het draait om het stellen van vragen, hypothesen testen, experimenteren en publiceren van originele bevindingen via peer-reviewed kanalen. Wetenschappers graven in het onbekende, falen vaak en leveren uiteindelijk iets wat de wereld vooruithelpt – of dat nu een nieuwe bacterie is of een economische theorie. Dit is keihard werken, niet het napraten van een studieboek.

Bijvoorbeeld: een bioloog die een nieuwe soort ontdekt en daarover publiceert in Nature doet wetenschap. Een student die een scriptie schrijft over bestaande biologische theorieën? Dat is studeren, geen wetenschap.

De Kloof: Studie vs. Wetenschap

Hier komt mijn rechtse bril om de hoek kijken. Universiteiten zijn vaak bolwerken van linkse ideologie, waar studenten worden klaargestoomd om binnen de lijntjes te denken. Een universitaire studie leert je om bestaande kennis te begrijpen, maar wetenschap vraagt om originaliteit en moed om tegen de stroom in te gaan. Hier zijn de verschillen op een rij:

  • Doel: Een universitaire studie draait om educatie en het reproduceren van kennis. Wetenschap creëert nieuwe kennis.
  • Proces: Een studie volgt een vast curriculum; wetenschap is open-ended en onvoorspelbaar.
  • Resultaat: Een studie levert een diploma op; wetenschap levert innovaties of peer-reviewed publicaties.
  • Vaardigheden: Een studie leert academische vaardigheden, maar toepassing vereist praktijkervaring. Wetenschap vereist directe onderzoeksvaardigheden.
  • Deelnemers: Studenten studeren; wetenschappers onderzoeken.

Mijn rechtse blik: waar gaat het mis?

Door mijn rechtse lens zien ik een probleem: universiteiten zijn verworden tot fabrieken voor diploma’s en linkse dogma’s. Studenten worden volgepompt met theorieën over klimaat, diversiteit of globalisme, maar leren amper hoe ze die kennis in de echte wereld moeten gebruiken. Ze hebben een taalgebruik geleerd wat door de gewone man niet meer is te volgen. En wetenschappers? Die zitten vaak vast in een web van subsidies en politieke agenda’s. Neem klimaatwetenschap: miljarden euro’s worden gepompt in onderzoek dat vooral moet bevestigen wat de elite al wil horen. Waar is de onafhankelijke geest die wetenschap groot maakte?

Maar laten we twee pijnpunten toevoegen die de kloof nog groter maken. Ten eerste: wetenschappers die zich buiten hun vakgebied profileren als alwetende experts. Een viroloog die ineens opinies spuit over economie of politiek, en zichzelf nog steeds ‘wetenschapper’ noemt. Door mijn rechtse bril: dit is pure arrogantie. Hun expertise stopt bij hun eigen domein, maar ze gebruiken hun titel om autoriteit te claimen over alles. Uiteindelijk is misschien mijn kennis van sommige onderwerpen soms wel groter. (haal dat misschien ook maar weg) Het resultaat? Misleidende debatten en beleid gebaseerd op halve waarheden. In een samenleving gebaseerd op verdiensten, talenten en inspanningen zou dit niet getolereerd worden – blijf bij je leest!

Klotenzooi

Door mijn rechtse lens: dit is waarom we zo’n kloof hebben tussen de academische elite en het gewone volk. Die professors en afgestudeerden denken dat hun diploma hen experts maakt over alles – van economie tot samenleving. Maar zonder praktijk? Het is als iemand met een schriftelijke opleiding boksen. Zie ook waarom “slimme mensen domme dingen doen”.

Humoristisch gezegd: het is een klotenzooi op die universiteiten! “Ze denken dat als ze poepen, het niet stinkt,” zou mijn vader zeggen.

Ten tweede: het dedain waarmee de academische elite neerkijkt op mensen zonder universitaire opleiding. Die ‘ongeleerden’ – zoals boeren, ondernemers of vakmensen – worden afgedaan als dom of achterhaald. Door rechtse ogen: dit is elitair snobisme op z’n ergst. Want wie bouwt de samenleving echt? Niet de professoren met hun theorieën, maar de harde werkers zonder diploma die innovaties toepassen in de praktijk. Denk aan Bouwvakkers die in de praktijk moeten corrigeren wat ontwerpers hebben bedacht of uitvinders zonder universiteit-achtergrond. De universiteits bubbel vergeet dat echte wijsheid vaak buiten de collegezaal ligt, en dat minachting voor ‘het volk’ leidt tot een verdeelde samenleving maar ze zien het gewoon niet.

Een rechtse oplossing? Minder focus op abstracte theorieën / modellen en meer op praktische vaardigheden. Universiteiten moeten studenten voorbereiden op de echte wereld, niet op een bubbel van politieke correctheid. En wetenschap? Die moet vrij zijn van ideologische ketens, gedreven door feiten verdiensten, talenten en inspanningen.

Conclusie: tijd voor hervorming

Een universitaire studie is een leertraject, geen ticket naar wetenschappelijke glorie. Wetenschap is het echte werk: nieuwe kennis, nieuwe oplossingen. Een kritische instelling, soms op de grens van complotten. Maar in een wereld waar universiteiten links dogmatisme prediken, wetenschappers buiten hun vakgebied brallen en de elite neerkijkt op ‘ongeleerden’, is het tijd voor verandering. Laten we focussen op vakmanschap, praktische toepassing en vrije wetenschap zonder subsidies die de uitkomst dicteren.

En hieronder het fragment wat me geïnspireert heeft tot deze blog. Ook al eerder had ik hierover een blog hoe gaan we de verandering vorm geven? Anders blijft het een gewoon een klotenzooi.

Zie ook Marianne Zwagerman over “praktisch opgeleid” uit mijn hart gegrepen.

De Hilarische Kloof: Waarom “De elite” in de Spiegel Moet Bekijken

Ik zag een podcast van “De Nieuwe Wereld”, met Jasper van Dijk, Ewald Engelen en Ad Verbrugge. Ze praten over de kloof tussen de elite en het gewone volk, en hoe politiek en media de “praktisch geschoolden” negeren. Eerder schreef al een blog over “Waarom slimme mensen domme dingen doen”. Het is een stevige analyse, maar – en hier komt-ie – ook lachwekkend. Niet omdat de problemen niet echt zijn, maar omdat de podcast zelf een spiegel is van het probleem dat ze bespreken. En dat vraagt om zelfreflectie, vooral van henzelf, met hun grote bereik onder academici. Het volk? Dat zal zich anders uiten. Laten we erin duiken, zoals altijd, stap voor stap.

Een Podcast Vol Torenpraat

Het gesprek begint met een scherpe diagnose: Nederland kampt met een politieke crisis, een “gezagscrisis” zelfs. Ewald legt uit dat 30% van de bevolking (universitair geschoolden) de dienst uitmaakt, terwijl 70% (praktisch geschoolden) zich genegeerd voelt door neoliberalisme, globalisering en een Haagse bubbel. Ze  strooien met termen als “postkolonialisme”, “essentialisering” en “resentiment”. Ewald noemt het zelf de “universitaire wasstraat”: een jargonmachine die abstracte concepten uitspuugt, onbegrijpelijk voor wie niet in collegezalen heeft gezeten. Zelf heb ik soms het gevoel dat iemand die lang heeft gestudeerd heel lang is gebrainwashed. Mooi dat Ewald dat nu juist in gewone mensentaal uitlegt: wasstraat.

Maar hier zit de grap: Enwald (econoom) en Ad (filosoof) zijn zelf producten van die wasstraat. Ze maken een podcast voor een publiek dat grotendeels bestaat uit academici – precies de groep die ze bekritiseren. Het is alsof ik in Visvliet een lezing geef over dorpsfeesten in academisch jargon (Wat ik niet beheers) , terwijl mijn buren buiten staan te mopperen over de prijs van brood. En toch bereiken ze met “Nieuwe Wereld” een groot publiek. Dat maakt hun verantwoordelijkheid groter: ze moeten zichzelf onder de loep nemen.

De Ironie van de Ivoren Toren

Neem Engelen’s beschrijving van Berlijn: een “GroenLinksstad” vol regenboogvlaggen, een “het leefgebied van academisch gehersenspoelden”. Klinkt interessant, maar dan komt hij met “postmoderne ruimtelijke ordening”. Ad haalt Plato’s wachters en mythische archetypen aan om geweld tegen vrouwen te duiden. Mooi maar de moord op Lisa was door iemand uit een andere cultuur. Dat is de Olifant in de kamer. Dat wordt niet genoemd. Het is knap, maar ook hilarisch: ze bekritiseren elites die in abstracties praten, terwijl ze zelf een collegezaal vullen met termen die het volk niet snapt. Engelen zegt het zelf: “De vertaalslag van de problemen van de gewone man wordt gedaan door universitaire geschoolden, en wat terugkomt, herkent de gewone man niet als hun probleem” Precies! Maar hun eigen podcast is die vertaalslag: een elite die over het volk praat, niet mét het volk.

Ik moest denken aan een moment in mijn eigen leven, toen ik probeerde een ingewikkeld beleidsplan uit te leggen aan een dorpsgenoot. Hij keek me aan en zei: “Jan, zeg het nou maar in gewone woorden.” Dat is wat hier mist. Het volk worstelt met toeslagenaffaires, woningnood of stijgende kosten – concrete problemen. Maar “Nieuwe Wereld” blijft hangen in abstracties, terwijl ze juist een kans hebben om met hun bereik (veel academici luisteren!) een brug te slaan.

Een Oproep tot Zelfreflectie

Hier komt mijn oproep: “Nieuwe Wereld”, kijk eens in de spiegel! Jullie hebben een podium, een groot publiek van slimme, hoogopgeleide mensen. Dat is een kracht, maar ook een valkuil. Jullie praten over de kloof, maar jullie taal bouwt muren. Zelfreflectie is nodig: hoe maak je jouw analyses toegankelijk? Hoe spreek je het volk aan zonder ze te verliezen in jargon? Het is niet aan het volk om zich aan te passen – die uit zich al, via stemmen op Wilders, X of protesten. Maar van jullie, met jullie bereik en invloed, mag verwacht worden dat je de vertaalslag maakt. Probeer eens een aflevering in de taal van de kroeg, niet de collegezaal. Het is een klotenzooi bij de elite! “Ze denken dat als ze poepen dat het niet stinkt” zijn mijn vader wel eens. Lach vaker om je eigen pretenties, zoals ik doe als ik weer eens te ingewikkeld doe.

Wat Nu? Een Simpele Les

De kloof is echt: lage opkomst bij verkiezingen, cynisme over politiek, en een volk dat zich niet gehoord voelt. Maar het is lachwekkend – en tragisch – dat de oplossing begint bij degenen die het probleem analyseren. “Nieuwe Wereld” kan een verschil maken, maar dan moeten ze afdalen van Mount Stupid, zoals ik dat noem: die berg van overmoed waar je denkt dat je alles snapt. Het volk zal zich uiten, rauw en direct, zoals altijd. Maar aan de academische elite, aan jullie, de oproep: wees eerlijk over je eigen rol in de kloof. Maak je boodschap simpel, luister echt, en durf te lachen om je eigen Ivoren torenpraat. Zoals het even gebeurde over de SP die China tot orde roept. Dat was voor mij het hoogtepunt. Jammer dat het daarna over was.

Wat denken jullie? Hoe kan “Nieuwe Wereld” het volk echt bereiken? Laat het weten in de reacties – ik ben benieuwd naar jullie verhalen!

Massapsychose: Zijn we allemaal gek geworden?

Zoals jullie weten, mijmer ik graag over waar de wereld naar toe gaat. Laatst kwam ik een video tegen over massapsychose – je weet wel, dat idee dat hele groepen mensen ineens losraken van de realiteit en meegaan in een collectieve waan. Voorbeelden uit het verleden zijn de heksenverbrandingen en de tulpenmanie. Het doet me denken aan die momenten waarop ik nu naar het nieuws kijk en denk: “Hoe kan dit? Waarom volgt iedereen dit zomaar?” Het voelt een beetje als die ongemakkelijke gedachte die je niet hardop durft te zeggen op een feestje. Maar goed, laten we er eens induiken. Want als wij niet praten over dit soort dingen, wie dan wel?

Eerst even: Wat is massapsychose eigenlijk?

Volgens de video: Massapsychose is geen nieuw verzinsel; het is dat fenomeen waarbij grote groepen mensen hun kritisch denken uitschakelen en meegaan in valse verhalen, gedreven door angst, propaganda of gewoon de behoefte om erbij te horen. Carl Jung  zei dat als mensen geen eigen identiteit hebben, ze die zoeken in de kudde. En die kudde? Die rent vaak achter spoken aan.

Mensen herhalen slogans zonder te snappen waarom, steunen bewegingen zonder onderzoek, en vallen anderen aan die durven te twijfelen. Het is alsof de samenleving in een hypnotische toestand raakt, waar logica plaatsmaakt voor emotie. Ik herken het wel uit mijn eigen omgeving: discussies die eindigen in ruzie omdat niemand echt luistert, maar alleen reageert op wat ‘de groep’ vindt. De mening over Trump is hier een voorbeeld van maar ook Gaza. Het zorgt voor twee kampen die ieder ook vaak statements gebruiken die door individuen niet eens begrepen worden.

Waarom gebeurt dit? En waarom nu?

De video duikt diep in de oorzaken. Angst is de grote brandstof, zegt het. En in onze tijd, met non-stop nieuws en social media, wordt die angst continu aangewakkerd. De beelden van Gaza, het weer of Ukraine worden letterlijk dagelijks in ons gebrand. Om dan een afwijkende vraag te hebben maakt dat je buiten de groep staat. Bijvoorbeeld waarom zou Rusland de Northstream 2 op willen blazen, ze hoeven toch alleen de kraan dicht te draaien? Of dat Hamas het eigen volk gebrukt als schild is toch ook verschrikkelijk. Waarom moet in ieder weersbericht het woord klimaat vallen. 

Maar het engste? Degenen die erin zitten, denken dat jij de gek bent als je vragen stelt. Vragen stellen wordt gevaarlijk, nieuwsgierigheid ketterij. Ik denk aan mijn eigen ervaringen: tijdens de pandemie, of bij politieke debatten, waar je al snel gelabeld wordt als ‘complotdenker’ als je niet meegaat in de mainstream. Is dit vooruitgang, of zijn we gewoon als samenleving in de war? Zoals een trotse moeder zei over Jantje die mee loopt in het muziekkorps: ”Kijk eens mijn Jantje is de enige die in de maat loopt”. De video waarschuwt: het begint met desoriëntatie, gaat over in vereenvoudiging (zwart-wit denken), conformeren, agressie, en eindigt – hopelijk – in ontwaken.

Hoe ontsnap je eraan? Mijn eigen reflecties

Gelukkig is er hoop. De video geeft praktische tips: bouw een innerlijke firewall door vragen te stellen zoals “klopt dit wel?” of “Wie profiteert hiervan?” Reageer niet op alles wat je raakt – want geraakte mensen zijn makkelijk over te halen. Verbind met betekenis, via filosofie, geloof, natuur of wat dan ook. En bouw een gemeenschap van denkers en doeners, niet van echo kamers.

Ik voeg daar mijn eigen sausje aan toe: in mijn leven heb ik geleerd dat eenzaamheid soms een zegen is. Die momenten alleen, mijmerend over de wereld, helpen me om niet mee te gaan in de kudde. 

Het ultieme ontsnappen? Ontstijg de behoefte aan goedkeuring. Word je eigen kompas. Dat is geen rebellie, maar vrijheid. Ik probeer dat in mijn dagelijks leven: niet reageren op elke hype, maar observeren en meegaan met wat echt voelt.Dat is het best te doen in je eigen omgeving, met de mensen die je kent

Dus, wat nu?

De video heeft me aan het denken gezet over onze samenleving. Zijn we in een massapsychose? Of is het gewoon de menselijke natuur die doorslaat? Ik denk dat we meer moeten praten, meer vragen stellen, voordat stilte de norm wordt.

Herken je dit in je eigen leven? Laten we erover praten, voordat dat ook gelabeld wordt als ‘gevaarlijk’. Tot de volgende mijmering!

Ben ik in beeld?

Vrijheid van Meningsuiting: Waar Trek Je de Grens? Een Kijkje naar een Politiehandreiking en Client-Side Scanning


Ik zit vaak te mijmeren over hoe de wereld verandert. In 1996 kreeg ik internet. Mijn eerste mailtje was aan…. mezelf! Met als onderwerp “trope” waar ik waarschijnlijk “troep” bedoelde. Ergens in 2004 begon ik deze blog waar ik van alles en nog wat heb beschreven. Mijn blogs kunnen overal op de wereld gelezen worden. Daar moet je een beetje op je woorden letten. Vroeger kon je op een terrasje je mening spuien over van alles – van het weer tot de regering – zonder dat iemand je meteen in een hokje stopte. Maar tegenwoordig? Ik begin steeds meer op te letten tegen wie ik wat zeg.  Neem nou de vrijheid van meningsuiting: dat is niet zomaar een recht, het is de basis van onze open samenleving. Maar wat als overheidsmaatregelen dat recht beginnen te knijpen, onder het mom van veiligheid? Ik zag op X
een tweet van Pieter Omtzigt over een Nederlandse politiehandreiking over o.a.complottheorieën voorbijkomen 

Eerst Even: Wat is Die Politiehandreiking?

Stel je voor: je post online iets over COVID-maatregelen, klimaatbeleid of immigratie, en voor je het weet, word je gesignaleerd als ‘kritische burger’. Dat is geen complottheorie, maar de kern van de handreiking “Herkennen, duiden, handelen: complottheorieën en anti-institutioneel gedachtegoed”, uitgegeven door het Kenniscentrum Contraterrorisme, Extremisme en Radicalisering (CTER) en de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC). Het is een gids voor agenten om signalen van complotdenken te spotten: van wantrouwen tegen de overheid tot uitingen die escaleren naar radicalisering of extremisme.

Zie het zo: het begint bij herkennen in het taalgebruik. Als een agent iemand hoort zeggen over Spiritueel ontwaken, Chemtrails, “de Elite” of “het klopt niet” dan zijn dat signalen van complotdenken. Voor de politieman/ vrouw is dan de vraag: “is dit een dreiging?” Waarschijnlijk niet maar hou signalen in de gaten want de person kan radicaliseren.  De handleiding geeft dan het advies het uitgebreid vast te leggen.

Dit klinkt allemaal misschien logisch voor veiligheid, maar waar trek je de lijn? Wat als je legitieme kritiek op bijvoorbeeld de toeslagenaffaire wordt gezien als ‘anti-institutioneel’? Dat raakt direct aan je vrijheid om te zeggen wat je denkt, zonder bang te zijn voor een label in een politiesysteem. Het voelt als een niet goed ik durf online niet meer te zeggen wat ik denk..

En Dan Client-Side Scanning: De EU’s Grote Broer?

Aan de andere kant heb je client-side scanning (CSS), deel van de EU’s ‘Chat Control’-wetgeving. Bij De Nieuwe Wereld staat een uitgebreid gesprek. (zie hieronder).  Dit is technologie die je berichten en foto’s scant op je eigen apparaat, voordat ze versleuteld worden verzonden – vooral om kindermisbruik op te sporen. Apps als WhatsApp of Signal zouden verplicht AI moeten inzetten om verdachte inhoud te detecteren.

Op het eerste gezicht is dit heftig: het breekt end-to-end-encryptie open voor mensen die dat bewust hebben ingesteld. Het creëert kwetsbaarheden voor hackers en scant massaal alle communicatie. Privacy-experts schreeuwen moord en brand. Maar hier komt het grote verschil: CSS richt zich op inhoud zoals beelden of teksten die illegaal zijn, (nog) niet direct op je mening. 

Beiden zijn in mijn ogen eng. 

Als ik dit bekijk door de lens van vrijheid van meningsuiting, geeft de politiehandreiking de grootste inbreuk. Waarom? CSS is eng omdat het alles scant, maar het gaat om daden (zoals misbruikbeelden), niet om gedachten. De handreiking daarentegen maakt je mening zelf verdacht – het is als eb en vloed willen tegenhouden, maar dan met je woorden. Het risico? Burgers houden hun mond uit angst voor een dossier, en dat ondermijnt de kern van democratie: open discussie.

Ik merk dat ik zelf ook voorzichtiger word online – herkenbaar? Het is net als met die grote deugdoelen: veiligheid is nobel, maar als het ten koste gaat van menselijke vrijheid, schiet het zijn doel voorbij.

Wat vind jij? Is de handreiking een stap te ver, of nodig in deze tijden? Deel je gedachten in de reacties – laten we erover praten, voordat dat ook gelabeld wordt!

Deugdoelen of mensgericht

In een wereld die bulkt van de grote verhalen – klimaatverandering, geopolitieke spanningen, inclusiviteit en de Sustainable Development Goals (SDG’s) – lijkt het soms alsof we verdwalen in abstracte idealen. Deze ‘deugdoelen’ zijn nobel, maar vaak zo groot en ongrijpbaar dat ze ons een gevoel van machteloosheid kunnen geven zoals het water in een korf verplaatsen. Wat kun je als individu nou écht bijdragen aan zoiets als wereldvrede of een CO2-neutrale planeet? En is dat gevoel van onmacht terecht, of kunnen we onze energie beter richten op Real Human Goals – concrete, mensgerichte acties waar we zelf invloed op hebben?

Deugdoelen: Groot, maar Veraf

De SDG’s van de Verenigde Naties, zoals armoedebestrijding, gendergelijkheid en klimaatactie, zijn indrukwekkende plannen. Ze geven richting aan overheden, bedrijven en organisaties wereldwijd. Maar laten we eerlijk zijn: als kan je er niets mee. Hoe draag jij bij aan ‘geen honger’ (SDG 2) als je dagelijks worstelt met je eigen boodschappenlijst? Hoe beïnvloed je ‘klimaatactie’ (SDG 13) als geopolitieke machten en grote bedrijven de toon zetten? En trouwens klimaat verandering tegenhouden is als Eb en Vloed willen tegenhouden.

Deze doelen zijn een ver-van-mijn-bed-show. Dat kan frustrerend zijn. Het risico? Dat we ons wentelen in goede bedoelingen – een herbruikbare koffiebeker hier, een donatie daar – zonder écht impact te maken. Of erger: dat we cynisch worden en denken dat het toch niets uitmaakt. Sterker nog ze pompen angst in de maatschappij alsof de wereld vergaat.

Echte Menselijke Doelen: Klein, maar Krachtig

Maar wat als we het omdraaien? Wat als we ons richten op Echte Menselijke Doelen – acties die dicht bij onszelf liggen, die mensgericht zijn en waar we wél controle over hebben? Denk aan het helpen van een buur, het delen van kennis, het opbouwen van een gemeenschap of het maken van bewuste keuzes in je dagelijks leven. Deze acties zijn misschien minder glamorous dan een mondiale klimaatconferentie, maar ze zijn tastbaar en direct.

Bijvoorbeeld:

  • Klimaat: In plaats van te stressen over mondiale CO2-uitstoot, kun je je eigen consumptie onder de loep nemen. Eet je lokaal en seizoensgebonden? Repareer je spullen in plaats van ze weg te gooien? Dit zijn kleine stappen, maar ze tellen op én geven je een gevoel van grip.

  • Inclusiviteit: In plaats van te debatteren over wereldwijde gelijkheid, kun je beginnen in je eigen kring. Luister je echt naar de mensen om je heen? Maak je ruimte voor anderen in je leven? Een inclusieve houding begint bij jezelf.

  • Geopolitiek: Wereldvrede is een prachtig ideaal, maar wat dacht je van vrede in je eigen omgeving? Een conflict met een collega of familielid oplossen met empathie is ook een vorm van vrede stichten.

De Balans: Idealen en Actie

Deugdoelen zoals de SDG’s zijn misschien waardevol als kompas, maar ze werken alleen als ze ons inspireren tot actie, niet als ze ons verlammen. Dan zaaien ze angst. Het is verleidelijk om te blijven hangen in abstracte discussies, eindeloos gesprekken over Geopolitiek volgen. Ik volg het alternatieve kanaal De Nieuwe Wereld maar knap er ook regelmatig op af. Wat een oeverloos geklets door theoretisch geschoolde mensen. Ze zijn een soort veiligheidventiel. Kijkers denken dat ze houvast hebben, dat ze het begrijpen. Maar ze worden ook apathisch.  Echte verandering begint bij wat je wél kunt doen, hoe klein ook. Een mensgerichte aanpak – focussen op wat je direct kunt beïnvloeden – geeft niet alleen resultaat, maar ook voldoening.

Dus, wat kies jij? Blijf je hangen in de grootsheid van deugdoelen, of zet je een stap naar Echte Menselijke Doelen? Misschien begint het met een gesprek, een kleine keuze, een moment van verbinding. Want uiteindelijk maken we de wereld niet beter door te dromen over perfectie, maar door te handelen met aandacht.

Ik werd geïnspireerd voor deze blog door www.realhumangoals.com en een artikel in www.deanderekrant.nl

Wat is jouw eerste stap? Laat het me weten in de reacties!

De Vierdaagse in verval

Het zit er weer op: mijn 13e Vierdaagse van Nijmegen. Vier dagen wandelen met zo’n 45.000 andere deelnemers. Ieder jaar opnieuw een feest om er weer bij te mogen zijn. Het is een voorrecht dat ik het kan lopen – want dat is niet iedereen gegeven. In augustus moet ik weer voor de jaarlijkse check-up naar de huisarts, maar de Vierdaagse is voor mij ook altijd een mooie graadmeter: als ik deze loop haal, gaat het nog prima met me.

Is het allemaal fantastisch?

Nou, nee. Je merkt dat de commercie de Vierdaagse steeds meer in haar greep krijgt. Even een kleine opsomming:

  • Het inschrijfgeld was in 2010 €49, nu is dat €115.

  • Koffie, thee en broodjes langs de route verdwijnen.

  • Alles moet ‘professioneel’: geluid, beveiligingscamera’s, reclamespandoeken langs de route.

  • Een blikje fris op de Wedren kost €5,50.

  • Het samen zingen met een dweilorkest is door Omroep Gelderland verdrongen door een DJ met vervangend gedreun.

Waarom loop je dan nog?

Goede vraag. Ondanks al dat geweld van markt en overheid (onder het mom van veiligheid) is er gelukkig nog veel gemeenschapszin te vinden. Tussen de lopers onderling, bij de mensen langs de kant. Straten vol standjes, waar families en vrienden zich vermaken – ieder met hun eigen muziekstijl. Maar het mooist zijn de straten met een thema, waar van begin tot eind dezelfde muziek klinkt. Daar zit iets achter: mensen die samen iets neerzetten, samen keuzes maken (en ongetwijfeld ook samen discussiëren over het muziekgenre). Gemeenschappen zijn nooit zonder gedoe. Maar voor iemand met een afwijking voor gemeenschapszin: heerlijk.

Hoezo ‘Vierdaagse in verval’?

Over het algemeen kun je stellen dat de individualisering ook bij de Vierdaagse heeft toegeslagen. Veel mensen lopen met oortjes in en sluiten zich af voor contact. Juist die ontmoetingen waren voor mij jaren geleden de reden om mee te doen – zeker nadat ik samen met mijn dochter meeliep.

Dat wat het leuk maakte, onderlingen contacten samen vierdaagse liedjes zingen, genieten van soldaten die elkaar met gezang opzweepten, het is er niet meer.

De kosten maken het ook steeds meer een elitair evenement. Een stel dat mee wil doen, is zo duizend euro kwijt. En met 47.000 inschrijvingen zijn we voorbij het maximum. Mijn wachttijd bij opstoppingen was flink – en daar wordt terecht over gemopperd. Het haalt de ontspanning uit het wandelen.

Marketing…

Vanuit marketingperspectief is het misschien een feest om erbij te zijn, maar ik zie vooral veel gemiste kansen. Een blikje fris van €5,50 zorgt er vanzelf voor dat mensen hun eigen spullen meenemen. Tegelijk hangen er posters door de stad: “Je bent een held als je aan de bar bestelt.”
Ze hebben volgens mij de marketing-P’s wat door elkaar gehaald. Voor mij is de belangrijkste P nog altijd die van Product. Beperk het aantal inschrijvingen tot 45.000. Stel de beleving van de wandelaar centraal.

Vroegere deelnemers kennen misschien nog de roep: “Met een banaan kun je er weer tegenaan – wie maakt me los?”
De dame die dat jarenlang riep, stond zelfs op twee vaste plekken op één dag: ze verplaatste zich met haar handel. Alleen: dit jaar was ze er niet. Jammer. Ik kon ervan genieten. Zoveel marketingpower zag ik zelden. Waar is ze gebleven?

En nu?

Volgend jaar ben ik er gewoon weer bij. Maar ik hoop dat bij de organisatie het wandelen weer centraal komt te staan. Gewoon terug naar het oude startsysteem, met meerdere momenten per leeftijdscategorie.

Al met al waren het vier geweldig leuke dagen die omgevlogen zijn.

De valkuil van Pipi

Het lijkt alsof heel Nederland hoogopgeleid is. Zeker op LinkedIn lees je ronkende verhalen over onderzoeken, carrièreswitches, nieuwe banen en succesvolle innovaties. Ooit liep ik tussen al die bollebozen rond, en met een collega maakten we er grapjes over. Zoals: “Wil die Hut met weinig hersenactiviteit de zaal verlaten, zodat we het over belangrijke dingen kunnen hebben?”

De kracht van specialisatie
Specialisten zijn belangrijk, want specialisatie is een essentieel onderdeel van wetenschap en academische disciplines. Iemand die jaren heeft gestudeerd en onderzoek heeft gedaan in een specifiek vakgebied — zoals natuurkunde of geneeskunde — heeft kennis vergaard die niet makkelijk te kopiëren is. Dat maakt hen waardevol binnen hun eigen domein. Maar die diepgaande focus kan hun perspectief op andere disciplines beperken.

De illusie van algemeenheid
Het is een veelvoorkomende misvatting dat hoogopgeleide mensen automatisch brede kennis van andere vakgebieden hebben. Iemand met een sterke achtergrond in wiskunde die economische theorieën probeert te begrijpen, mist vaak nuances en context die essentieel zijn voor echt begrip. Dit leidt ertoe dat slimme mensen soms domme dingen doen — daar schreef ik al eerder over in deze blog.

Interdisciplinair denken
Toch groeit het besef dat interdisciplinair denken belangrijk is. Het combineren van kennis uit verschillende vakgebieden leidt tot nieuwe inzichten en innovatieve oplossingen. Theoretisch hoogopgeleiden zouden hun kennis moeten delen, maar vooral open moeten staan voor samenwerking met mensen met praktische kennis. Dat is pas echt een andere discipline: je eigen beperkingen erkennen.

Pipi Langkous als voorbeeld
Iedereen kent de Pipi Langkous’ wijsheid: “Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.” (die blijkt de schrijfster nooit het hebben gebruikt, maar toch wordt het veel gebruikt!) Dat is prachtig: naïef de wereld ingaan en blijven proberen hoort bij het leven. Een beetje zelfvertrouwen is nooit weg. Maar als expert die denkt overal verstand van te hebben, beklim je onbewust Mount Stupid.

Toekijken
Ik zag een post van Tine de Moor over een onderzoeksprogramma rond het versterken van burgercollectieven. Een mooi traject, oprecht. Maar als ik zie wie er meedoen, bekruipt me een akelig gevoel. Al die aandacht voor burgercollectieven, terwijl het bestuderen van gemeenschappen lijkt op een schriftelijke cursus boksen. Als je nooit in een gemeenschap hebt geparticipeerd, kun je studeren tot de een ons weegt. Alle deelnemende partijen staan toe te kijken hoe burgers het doen. STOP daarmee. Doe dat onderzoek met mensen die over praktische ervaring beschikken over leven en wonen in een gemeenschap. en dat kan van alles zijn in een dorp, kerk, bestuur van een vereniging daar waar mensen zich belangeloos inzetten voor iets groters dan zichzelf.

Grote doelen… kleine daden!

Waarom we niet alleen voor de grote doelen moeten zorgen!

De laatste tijd merk ik iets dat me echt zorgen baart. Ik zie het dagelijks gebeuren: een groeiende blindheid voor de praktijk, voor de mensen om ons heen. Het lijkt alsof we vastzitten in grote ideeën en abstracte doelen, en daardoor de directe, menselijke problemen over het hoofd zien. Ik zag op linkedin ronkend verhaal dat begon met de tekst: Het is soms nauwelijks te verdragen. Verschrikkelijk om te zien hoe wetenschap in twijfel wordt getrokken. Verschrikkelijk om inclusiviteit ingewisseld te zien worden voor willekeur, seksisme, machismo, nihilisme. Verschrikkelijk om mee te maken hoe de rechtsstaat wordt uitgehold. Verschrikkelijk om te zien hoe in Gaza een genocide zonder harde tegenstand kan worden uitgevoerd. Verschrikkelijk om te zien hoe machtswellust zegeviert. ……
Vervolgens een analyse en het sloot af met de tekst “wie doet mee?” Vervolgens een hele hoop mensen die reageerde “ik doe mee”. Wat bij mij de vraag opriep: “wat gaan jullie dan doen?¨

Ik zie het gebeuren — en ik maak me er zorgen over.

Wat ik zelf merk, is dat we te ver af raken van de praktische problemen van de mensen in onze omgeving. We praten over oorlogen, klimaat, globalisering, en rechtvaardigheid, maar vergeten dat er in onze eigen straat of in onze familie mensen zijn die worstelen met alledaagse dingen: eenzaamheid, geldzorgen, problemen in de relatie. Ik zie dat steeds duidelijker, en dat maakt me bang.

Want als we te veel gericht zijn op grote idealen, raken we de praktische, menselijke kant kwijt. We worden blind voor de kleine, urgente problemen die zich in onze eigen omgeving voordoen. En dat vind ik zorgelijk — omdat ik weet dat echte verandering begint bij wat we dichtbij doen. Niet door erover te praten…. maar doen! Kleine dingen: boodschappen halen voor de buren die dat zelf niet kunnen. Of zoals vorige week zag in in ons dorp iemand die bij een oudere alleenstaande man de ramen waste.

En wat kunnen progressieven leren?

Ik ga even generaliseren. Progressieven zijn begaan met klimaat, inclusiviteit, Geopolitieke ontwikkelingen. Maar hé, ik wil jullie echt iets meegeven. Als progressieven, hebben jullie vaak grote idealen, en dat is belangrijk. Maar let op dat die idealen niet de praktijk gaan vervormen tot een soort abstracte missie. Blijf niet blind voor de mensen die naast jullie leven. Want de kracht van echte verandering zit niet alleen in grote verhalen, maar vooral in de kleine, menselijke daden.

Het is belangrijk dat jullie je blijven afvragen: “Hoe ziet mijn buurvrouw eruit? Wat hebben de mensen in mijn wijk/dorp echt nodig?” Zie ik die pakketbezorger wel echt, die na jouw pakket nog binnen het uur 12 andere adressen moet bezorgen? Want zonder die verbinding kunnen jullie grote doelen wel heel mooi klinken, maar blijven ze soms ver weg van de dagelijkse realiteit.

De rol van media en politiek

Wat ik ook zie, is dat in media en politiek vooral progressieve stemmen domineren. Daardoor krijgen andere geluiden weinig ruimte. Dat versterkt de blindheid voor de mensen die de maatschappij draaiende houden. Die mensen voelen zich niet gehoord, en dat maakt de samenleving minder evenwichtig. Dat is de echte reden voor de opkomst van PVV. En dan helpt het niet om af te geven op de vorm, om je afschuw er over uit te speken. Het helpt om contact te maken, in gesprek gaan is niet de oplossing dat is een ongelijke situatie. De praktisch geschoolde is niet bedreven in praten in abstracties. Die uit zich anders: Het is een klotenzooi, de rotzooitrappers van buitenlandse afkomst moeten ze het land uitflikkeren in plaats van met ze te theedrinken. Het domste wat een progressieveling kan doen is ze dom noemen want ze hebben vaak praktische wijsheid: Ervaring! Het zou goed zijn als ook mensen met praktische ervaring en andere stemmen meer zichtbaar worden. Alleen dan kunnen we samen bouwen aan een samenleving waarin niet alleen grote doelen tellen, maar ook de praktische en menselijke kanten. Oprechte waardering voor de mensen die zorgen dat er zaken voor elkaar komen en minder bewondering voor verbaal begaafde mensen. Want ooit met een beetje pech moet ook bij die intellectueel begaafde de kont afgeveegd worden of de luier verschoond.

Mijn persoonlijke zorg

Ik merk dat ik zelf ook soms die blindheid heb. Dat ik te veel nadenk over grote ideeën en daardoor de mensen in mijn omgeving niet altijd zie. Het is een voortdurende uitdaging om die balans te vinden: tussen denken en doen, tussen idealen en praktische hulp.

Want ik geloof dat echte verandering nooit in grote woorden zit, maar vooral in de kleine dingen die we dagelijks doen. In luisteren, helpen, en verbinden. Daar ligt volgens mij de kracht.

Dus mijn boodschap aan jullie, vooral de progressieven: blijf niet alleen in grote ideeën hangen. Kijk ook echt naar de mensen om je heen. Want echte verandering begint niet alleen in de wereld, maar vooral in onze eigen straat, in onze eigen levens. Laten we die balans bewaren, en samen bouwen aan een samenleving die niet alleen mooi klinkt in theorie, maar ook echt werkt.

Meer weten?

Ik zag een mooie uitzending bij Tegenlicht. Over de tegenstelling tussen progressief en conservatief. Het sluit mooi aan op 1 punt aan het eind na: Het gesprek met elkaar! Want als het gesprekken zijn met mensen die allemaal “Ik ook” riepen op de vraag:  “wie doet er mee?” Dan is het gewoon een nieuwe bubbel van abstracties die niets gaan oplossen.

Het “Hut principe”

Ik heb me er wel vaker over verbaast hoe het kan dat op zich slimme mensen domme dingen doen. Zie ook een eerdere blog. Zo nu en dan stuit ik op verhalen die misschien het kunnen verklaren. Ik noem het maar het “Hut principe”. Ergens in 1986 overkwam me in een training iets wat me tot op de dag van vandaag bij is gebleven. Ik schreef daarover in een eerdere blog in 2010 het volgende:

Ik herinner me nog de manier waarop Jon ons meenam in de verschillende niveau’s van kijken naar een gesprek. De stappen die we moesten nemen waren: via objective, reflective, interpretive and decisional. De eerste stap was voor veel van ons erg moeilijk. Het blijkt voor veel hoog opgeleiden erg moeilijk te zijn objectief naar een omgeving te kijken. Hilarisch was het moment toen een collega niet kon zeggen wat hij zag. Hij zag een vergader faciliteit, een vergadering, leslokaal, cursisten. Maar het kosten hem moeite om te vertellen dat hij stenen, tafels, stoelen, mensen, lampen zag.

Hoog opgeleid, academisch gevormde mensen zijn vaak niet in staat details te zien. Ze zijn getraind in “het duiden van de situatie”, het weglaten van ogenschijnlijk onbelangrijke zaken. Nu blijkt dat de linker en rechterhelft ook die taakverdeling hebben. Links voor abstract en rechts voor details. Leuk weetje. Maar toen stuitte ik op een gesprek tussen Tom Zwitser en neuroloog Jan Bonte die hierover iets boeiends vertelde. Als linker en rechterhelft gescheiden zijn kunnen patiënten sommige zaken gewoon niet meer zien.

Kan het zo zijn dat mensen die in abstracties leven gewoon ook niet meer details kunnen zien? Zie ook mijn testje in een eerdere blog. Als die verbinding grotendeels verdwenen zijn omdat ze niet meer gebruikt worden (use it or loose it) is het zicht op de werkelijkheid verloren. Daarover doordenkend, verklaart het ook dat politici oproepen tot oorlog. Ze zien het als een abstract gebeuren en kunnen zich niet voorstellen wat oorlog met mensen doet. De 2e wereldoorlog is te lang geleden om het door overlevering mee te hebben gekregen.

Het grappige is dat veel academici die uit een praktisch milieu komen, vaak wel in staat zijn om abstracties en werkelijkheid te zien. In ieder geval kunnen begrijpen dat er zoiets is als praktijk.

Nu de hamvraag: hoe kunnen we het “Hut principe” doorbreken. Gewoon elkaar weer leren zien. Dan verdwijnen oorlogen vanzelf.  Ik heb zo een vermoeden dat dit niet de laatste blog is over dit thema.

De Tragiek van de Economie: Van Gemeenschapszin naar Individualisme.

Zoals de wind door de rietkragen waait, zo waait de kille wind van de economie door onze levens. En net als die wind soms een storm wordt die alles omverblaast, zo is de economie in haar huidige vorm een vernietigende kracht aan het worden. Een kracht die onze gemeenschapszin, onze collectieve kracht en uiteindelijk onze menselijkheid bedreigt.

Vroeger, in een tijd die veel van ons nauwelijks nog kunnen herinneren (en die onze kinderen al helemaal niet meer kennen), was er iets dat we Noaberschap (Commons in het Engels) noemen. Het was simpelweg het idee dat we samen sterker stonden. Dat we, door samen te werken, te delen en te zorgen voor gemeenschap (en de gemeenschappelijke goederen), een betere toekomst voor ons allemaal konden creëren.

Denk aan de watermolens die dorpen van energie voorzagen, aan de gemeenschappelijke weiden waar iedereen zijn vee kon laten grazen. Andere voorbeelden zijn: zadenbanken of de gezamenlijke zorg voor ouderen en zieken. Dit waren geen utopische dromen, maar de realiteit van het leven. Een realiteit gebaseerd op solidariteit, wederkerigheid en het besef dat onze individuele welvaart onlosmakelijk verbonden was met de welvaart van de gemeenschap. 

Maar toen kwam de economie. Niet de economie als een instrument om schaarste te beheren en welvaart te creëren, maar de ideologie van het economisch denken. De obsessie met groei, efficiëntie en winstmaximalisatie. De heilige graal van het Bruto Nationaal Product. Want het kan niet zijn dat we volgens die leer in gezamenlijkheid zaken beheren. Daar had men zelfs een uitdrukking voor “the tragedy of the commons”.  En in de schaduw van deze heilige graal, de economie, verdween de gemeenschapszin.

De commons werden overgenomen door de overheid of geprivatiseerd, gemeenschappelijke taken werden uitbesteed aan commerciële bedrijven, en solidariteit werd vervangen door individuele verantwoordelijkheid. “Red jezelf,” is het nieuwe credo. Of de kreet die ik verafschuw: “What’s in it for me””

Economische opleidingen  verhalen over de “tragedy of the commons”. Het idee dat een gemeenschappelijk goed, uiteindelijk uitgeput raakt omdat iedereen probeert er zoveel mogelijk voor zichzelf uit te halen. Maar wat we veel minder vaak horen, is de “tragedy of economics”.

De tragiek van de economie is het feit dat de obsessie met economische groei en individuele winst ten koste gaat van onze sociale cohesie. Het is de teloorgang van het collectief, de erosie van de solidariteit, de uitputting van onze sociale en ecologische reserves.

We zien het om ons heen:

  • De verarming van de publieke sector, omdat alles wat niet direct winstgevend is, wordt wegbezuinigd of uitbesteed.
  • De groeiende ongelijkheid, omdat de winsten naar de top vloeien en de lasten worden afgewenteld op de onderkant.
  • De vernietiging van het milieu, omdat de korte termijn winst belangrijker is dan de lange termijn duurzaamheid.
  • De toenemende individualisering, omdat we geleerd hebben om onszelf als individuele consumenten te zien in plaats van als onderdeel van een gemeenschap.

De tragedy of economics is geen abstract theoretisch concept. Het is de bittere realiteit van onze tijd de verloedering van onze wijken, de eenzaamheid van onze ouderen, de stress van onze kinderen, het slecht omgaan met het millieu.

Het is hoog tijd dat we de tragedy of economics aan het licht brengen. Dat we de ideologie van het economisch denken kritisch onder de loep nemen en alternatieven ontwikkelen die de gemeenschapszin, de solidariteit en de duurzaamheid centraal stellen.

Het is tijd om terug te keren naar Noaberschap, om de commons te herstellen en om onze menselijkheid te herwinnen. Het is tijd om te beseffen dat we samen sterker staan, dat onze individuele welvaart onlosmakelijk verbonden is met de welvaart van de gemeenschap. Sterker dat de toekomst van de mensheid afhangt van onze bereidheid om te delen, te zorgen en samen te werken. En het kan. We hebben voorbeelden te over, soms kleinschalig of onder de radar. Wikipedia, voedselbanken, Linux, Creative Commons, Land van ons of woongemeenschappen. Sommige misschien met nog een economische inslag maar de behoefte naar gemeenschap is er zeker.

Moge de wind van verandering waaien!

 

Denk mee over “gemeenschap”.

Dat krijg je ervan. Commentaar leveren en aandacht vragen voor een onderwerp, en opeens krijg je de gelegenheid er meer over te vertellen. Over een onderwerp waar ik veel over heb gelezen en ook veel over heb ervaren: gemeenschap!

Tot voor kort noemde ik het ‘gemeenschappen’, maar langzamerhand gaat het in mijn ogen niet om gemeenschappen, maar meer om gemeenschap. In het Engels ‘Commons’. Het is een begrip uit het verleden waar ik al veel over heb geschreven en waarover ik ook mocht meepraten in Pakhuis de Zwijger. Sinds die tijd is mijn beeld rijker geworden. Het is het ontastbare dat mensen bindt.

Wat is er gebeurd? Ik mocht bij het internetkanaal “De Nieuwe Wereld” komen praten over de kloof tussen theoretisch gevormde mensen en mensen met praktische ervaring. Het werd een leuk gesprek met Jelle van Baardewijk, waarnaar 28.000 mensen hebben gekeken. We kregen 940 likes en heel veel positieve reacties in de comments. Ik noemde daar al dat gemeenschappen mij boeien en dat ik er ook een boek over heb geschreven. Ik gaf ook aan dat ik daar graag eens over in gesprek wilde.

Die kans komt nu! Alleen niet via het alternatieve medium op internet, maar “real live” op 4 juli op het zomerevent van De Nieuwe Wereld. Het hoe en wat moet nog duidelijk worden. Het heeft de werktitel “Hoe bouw je gemeenschap e.d.” en ook “Praktisch denken / doenvermogen”. Mooi, want in beide titels staan werkwoorden en dat ga ik hopelijk ook proberen te verkennen. Het is een kleine zaal/tent waar maximaal 50 mensen in kunnen.

Komende week is David Bollier in Pakhuis de Zwijger en daarvoor heb ik me aangemeld om me verder te laten inspireren. Op dit moment lees ik zijn boek “Think like a commoner”. In mijn ogen is gemeenschap het tegengif tegen de overheid en de markt. Daar waar overheid en markt verschijnen, verdwijnt gemeenschap. Ik hoop op 4 juli met de zaal te verkennen waar we nog gemeenschap treffen en wat er nodig is om te voorkomen dat een initiatief wordt overgenomen door de overheid of, nog erger, door marktdenken.

Ik hoop de zaal maximaal te betrekken en vooral te inspireren en geïnspireerd te worden. De vorm waaraan ik nu zit te denken, is een korte inleiding, gevolgd door een vraag aan de aanwezigen om stil te staan bij hun eigen ervaringen met gemeenschap en gemeenschappen. En dan vooral verkennen hoe broze interacties van gelijkgezinden, of mensen die iets ongedefineerds samen hebben, opeens verdwijnen. Welke krachten veroorzaken dat? Zelf heb ik legio voorbeelden, maar ik hoop dit verder uit te diepen.

4 juli is voor mij spannend, maar ook inspirerend. Mocht je niet in de gelegenheid zijn om me dan te treffen, ik ben ook op 4 juni in Pakhuis de Zwijger. Maar natuurlijk ben ik altijd bereikbaar via www.janhut.nl. Ik heb al een korte video gemaakt via AI. Juist de andere kant van het spectrum als het gaat om gemeenschap. Daar wordt in een fragment van nog geen minuut uitgelegd wat er speelt met gemeenschappen.

 

Gemeenschappen en verandering

Bottom up

Gemeenschappen fascineren me enorm. Waarom? Ze spelen een cruciale rol in het vormgeven van sociale verandering. Van lokale initiatieven tot online groepen, gemeenschappen hebben de kracht om de wereld om ons heen te transformeren. In deze blog ga ik verkennen hoe gemeenschappen verandering stimuleren en welke impact ze kunnen hebben.

De kracht van verbondenheid

De verbondenheid binnen een gemeenschap kan niet worden onderschat. Wanneer individuen zich verenigen rond doelen of belangen, ontstaat er iets dat de potentie heeft om verandering teweeg te brengen. Of het nu gaat om een lokale activistische groep voor een dorpshuis of een online community die door middel van een petitie de politiek wil beïnvloeden.  De band die mensen hebben hoe los ook, is een drijvende kracht achter verandering. Ik heb het diverse keren meegemaakt. Misschien niet direct en soms is het de opmaat voor iets groters. Mensen in een gemeenschap voelen zich dan gesteund, “ik ben niet alleen”.

Lokale gemeenschappen en grassrootsbewegingen

Lokale gemeenschappen zijn vaak de voedingsbodem voor bewegingen van onderop die aanzienlijke impact hebben op de maatschappij. Of het nu gaat om het aanpakken van zwerfvuil, zorg organiseren in een dorp (zoals buurtzorg)  of andere maatschappelijke vraagstukken, de mobilisatie van burgers binnen een lokale gemeenschap kan leiden tot verandering op regionaal, nationaal, en zelfs mondiaal niveau.

Gemeenschappen en activisme

Met de opkomst van sociale media en online platforms hebben ook online gemeenschappen een steeds grotere invloed op sociale verandering. Ik ben een volger van diverse podcasts en naast dat daar veel onzin in de comments te lezen is, is het voor mij een bron van inspiratie. Zo kreeg ik een initiatief onder ogen die me aanspreekt. https://citizengo.org. Ik weet er nog te weinig van maar een aantal statements spreekt me aan. Vrijheid van meningsuitingen en vrijheid van vergaderen. (bijeenkomen). In Katwijk zagen we hoe vrijheid van meningsuiting (en demonstreren)  de vrijheid van vergaderen blokkeerde. 

Het belang van diversiteit binnen gemeenschappen

Een ander aspect dat bijdraagt aan de impact van gemeenschappen op verandering is de mate van diversiteit binnen gemeenschappen. Oppervlakkig is diversiteit binnen een gemeenschap de verschillen in sekse met alle varianten of huidskleur. In mijn ogen is dit veel te simpel. In mijn ogen is dat zo plat als een dubbeltje, een opgedrongen verhaal waar hordes mensen achteraanlopen met regenboogvlaggen. In mijn ogen gaat het veel verder dan dat. Het gaat om het hebben van leiders en dieners, mensen die hoog sensitief zijn, gezond boeren verstand, hoog theoretisch opgeleid of praktisch geschoold met veel ervaring. Mensen die de groep van binnenuit kennen of mensen met ervaring van buiten een gemeenschap. Wel moeten al de deelnemers respect hebben voor de gemeenschap en deel willen nemen. Mensen die alleen commentaar hebben worden vriendelijk uitgenodigd te vertrekken.  

Empowerment en solidariteit

Wanneer mensen zich gesteund voelen binnen een diverse gemeenschap, durven ze hun stem te laten horen en op te komen voor waar ze in geloven. Dit krachtenspel kan optreden binnen een familie, buurt, dorp, politieke partij, geloofsgemeenschap, land of zelfs wereldwijd. Kernwoord is dat er wordt geluisterd.

In essentie zijn gemeenschappen de hoeksteen van verandering. Of het nu lokaal of digitaal is, de verbondenheid en diversiteit binnen gemeenschappen dragen bij aan een maatschappij die in staat is om te evolueren en zich aan te passen aan nieuwe uitdagingen. De kracht van gemeenschappen om verandering te stimuleren is een essentieel onderdeel van een dynamische samenleving.

Verandering door gemeenschapszin het zal niet mijn laatste blog zijn over dit onderwerp.

 

Clever lijken, maar het ook zijn?

Gisteravond overkwam me iets leuks. We zaten ergens op het terras en er kwam een stel bij ons aan het tafeltje zitten. Het werd een genoegelijk gesprek, Hij Schots en zij Spaans. Het ging overal over en opeens zei ze tegen me:  “You look clever to me”. Nu heeft nog nooit iemand tegen me gezegd. Ik moest gelijk lachten en daarop zei ze: You look clever that does´t mean that you ‘re  clever! Een mooie relativering want het is me vaak voorgehouden dat ik niet naast mijn schoenen  moet gaan lopen.

Mijn interview met Jelle van Baardewijk deed om eerlijk te zijn iets met mijn ego want dat gesprek werd door 23.000 mensen bekeken. Ook daar hoorde ik dat veel kijkers mij verstandig dingen hoorden zeggen. Dus heel misschien zeg ik wel eens zinnige dingen en is het meer dan mijn uitstraling. Overigens hoorde ik ook dat veel mensen maar een klein deel hebben bekeken omdat het te lang duurde. Dus die 23.000 is ook maar een getal.

Het staat niet helemaal van los van een podcast die ik zag over gemeenschappen. Als je een gemeenschap wil vormen dan is het belangrijk om een identiteit te hebben. Dan is het niet genoeg dat je zegt “ik ben lid van” maar belangrijker dat je het ook bent. Oftewel “ik woon niet alleen in Visvliet” ik ben ook Visvlieter. Ik ben er onderdeel van. 

Je kan er uit zien als oranjefan maar dan ben je het nog niet. Het gevoel als oranje wint of verliest maakt dat je oranjefan bent. Verderop in de podcast hoorde ik dat je ook een eigen taal / woorden hebt. Dat je misschien woorden hebt voor mensen buiten de gemeenschap. Zoiets als: Mensen van de andere kant van de brug. Ze horen er wel bij maar zijn en voelen zich geen Visvlieter.

Ik kom er ook op omdat ik al heel lang naast het NOS journaal ook andere media volg en daar een totaal ander verhaal hoor. Een van die kanalen is Blackbox. In het begin moest ik wennen maar de laatste tijd waren het kwalitatief prima uitzendingen. Sinds kort is het overgrote deel van de medewerkers van Blackbox opgestapt omdat ze zich niet konden vinden in hoe het bestuur opereerde.. Ook daar is er ook iets met identiteit volgens mij. De oprichter Flavio deed het met passie, volgens zijn eigen zeggen heeft hij (grote?) fouten gemaakt. Hij trok meerdere keren het boetekleed aan. Het bestuur heeft de touwtjes in handen genomen en dat leidde tot een botsing waardoor Flavio en en veel medewerkers zijn opgestapt.

Ik zie een bestuur dat er rationeel in zit, op afstand aan het besturen is en aan de andere kant medewerkers die toch uit frustratie ontslag nemen en met Flavio een nieuw initiatief Lighthouse starten. Van beide kanten is uitgebreid de achtergrond te zien en horen op internet. De ziel is uit Blackbox en dat is het bestuur aan te rekenen in mijn ogen. Het is mij ook overkomen dat een bestuur van een stichting op afstand wil besturen en dat is wat mij betreft vaak de dood in de pot. Het worden buitenstaanders die wel een mening hebben maar verder niet meer bijdragen dan die mening. Anderen doen het werk. Iets wat al jaren in het bedrijfsleven aan de hand is met de invoering van managers. 

Ze kunnen naar buiten toe wel uitdragen dat ze de organisatie vertegenwoordigen maar ze zijn het daarom nog niet. Dat geld voor een dorp, een organisatie in de zorg of zelfs een land. Het mooiste voorbeeld is misschien wel het lied “I am Australian” van de Seekers. Luister en huiver.

Waarom slimme mensen soms struikelen over simpele dingen

Ken je dat gevoel? Je zit vol vertrouwen aan een simpele opdracht, en ineens… BAM! Je zit opeens vast. Je denkt dat je best slim bent, hoog opgeleid of misschien een indrukwekkend cv, maar toch lukt het je niet om een ​​eenvoudige taak uit te voeren. Doet ondertussen een kind van vijf het moeiteloos kan doen. Hoe kan dat? Waarom struikelen slimme mensen soms over de simpelste dingen?

De valkuil van te veel nadenken

Slimme mensen hebben een groot talent: ze kunnen complexe problemen oplossen of mooie analyses maken Maar dat talent kan ook een valkuil zijn. Wat gebeurt er als je een simpele opdracht krijgt? Je gaat meteen in de “analysemodus”. Je zoekt naar patronen, verbanden, of een diepere betekenis. Maar wat als die er helemaal niet is? Dan raak je in de war.

Neem bijvoorbeeld een simpele test: tel hoe vaak de letter “F” voorkomt in deze zin:

“FINISHED FILES ARE THE RESULT OF YEARSOF SCIENTIFIC STUDY

COMBINED WITH THE EXPERIENCE OF YEARS.”

Hoeveel “F’s” tel je? Veel mensen zeggen 3. Maar het juiste antwoord is 6. Waarom? Omdat je hersenen woorden zoals “OF” automatisch overslaan. Je leest de tekst als een geheel, in plaats van letter voor letter. En dat is precies waar het fout gaat.

Waarom kinderen het vaak beter doen

Kinderen hebben een groot voordeel: ze denken nog niet zo ingewikkeld. Ze zien wat er is, zonder er te veel bij na te denken. Vraag eens om het spel Memory met ze te spelen, en ze winnen vaak van je. Niet omdat ze slimmer zijn, maar omdat ze intuïtiever werken. Ze vertrouwen op hun kortetermijngeheugen en kijken gewoon wat er gebeurt. Volwassenen proberen strategieën te bedenken, patronen te herkennen, of – erger nog – ze overdenken elke handeling

Het zelfde geldt voor simpele raadsels. Stel je deze vraag aan een volwassene:
“Een man gaat naar een hotel en vergaart zijn fortuin. Wat is er gebeurd?”
De meeste volwassenen gaan meteen diep nadenken. “Is het een metafoor? Een filosofische vraag? Een economische crisis?” Maar een kind zegt gewoon: “Hij speelt Monopoly.” Simpel.

De kracht van eenvoud

Wat we hiervan kunnen leren, is dat eenvoud krachtiger is dan het lijkt. Slimme mensen zijn gebruikelijk om alles te analyseren, maar soms is het beter om gewoon te doen. Kijk naar wat er is, in plaats van te zoeken naar wat er zou kunnen zijn. Dat is niet alleen handig bij raadsels, maar ook in het dagelijks leven.

Denk bijvoorbeeld aan een vergadering waarin iedereen discussieert over een probleem. De meest ervaren mensen blijven maar praten, terwijl iemand met een frisse blik plotseling zegt: “Waarom doen we het niet gewoon zo?” Vaak is dat de oplossing. Ooit zat ik in een management team met 4 collega’s die allemaal academisch gevormd waren. Ze konden tijden uitweiden over een onderwerp en dan plotseling viel het stil keken ze me aan en vroegen “Jan wat zeg jij ervan, help ons meer te landen en verder te komen¨. Soms met een simpele opmerking konden we weer verder. Vaak konden we er hartelijk om lachen maar het is meer dan eens voorgevallen.

Toen ik mijn eigen bedrijf begon vroeg ik een collega me te helpen met de naam. Ze kwam met “Simply More”. Later heb ik dat vertaald naar “Veelzijdig in Eenvoud”.  Ik kijk vaak met heel veel plezier naar De Nieuwe Wereld (zie ook mijn vorige blog) vaak prachtige gesprekken en mooie analyses maar soms is het alsof ze praten over het kleed van de keizer.  Ze zien door “Het bos de bomen niet meer”.  Abstracties die in mijn ogen nergens op slaan. Of komen er domme opmerkingen over ogenschijnlijk simpele dingen die in de praktijk machtig complex zijn. Ze leven dan met hun allen op Mount Stupid. Vaak bekruipt me dan het gevoel van “wat een armoe”.

 

Welkom op Mount Stupid (bij de Nieuwe Wereld?)

Op Valentijnsdag mocht ik op gesprek bij het kanaal De Nieuwe Wereld (DNW). Het kanaal bestaat al een hele poos en heeft ondertussen ruim 1800 uitzendingen online staan. Ik ben een groot fan en bezocht vorig jaar de bijeenkomst in Antropia. Het zijn vaak echt gesprekken die de moeite waard zijn om te volgen, want er zit vaak veel wijsheid aan tafel.

Tot zover de positieve ervaringen. Toch heb ik ook best wat kanttekeningen. Het kanaal heeft een hoog abstractiegehalte, bij tijd en wijle voor mij amper door te komen. Ik ga rechter zitten als het gaat over hoog- versus laagopgeleid. Vaak corrigeren ze dat door het te vervangen door praktisch- versus theoretisch opgeleid (met dank aan Ewoud Engelen). Reden voor mij om in Antropia vorig jaar Jelle van Baardewijk aan te spreken en te vragen of niet vaker de praktische wijsheid aan tafel kon zitten. Volgens Jelle een goed idee; hij vroeg me om een mailtje te sturen.

De reactie liet wat langer op zich wachten – alle begrip, want DNW is fysiek verhuisd binnen Leiden. Ik heb het uiteindelijk voor elkaar gekregen contact te krijgen met Jelle, en hij nodigde mij uit voor een gesprek. Dat was dus op Valentijnsdag. Het werd een prettig gesprek waarin we spraken over praktisch en theoretisch geschoold zijn. Al pratende werd het ons duidelijk dat het misschien toch nog iets anders ligt.

Het gaat misschien nog meer over mensen met ervaring en mensen zonder ervaring. Zonder ervaring, maar wel met theoretische kennis. In een eerdere uitzending met Gabriël van den Brink ging het daar ook over: “De kennis van mensen die het werk doen, wordt geminacht.” Jelle was ook daar de gesprekspartner en sloot af door te zeggen dat hij over dit onderwerp verder wilde praten met geleerden. Nou ja zeg, dat is toch in tegenspraak met de titel! Juist mijn missie is om meer mensen met ervaring aan tafel te krijgen.

Ik zag ergens een kreet: “Waarom slimme mensen domme dingen doen.” Jelle vond dat ook een mooie titel die ons gesprek samenvatte. Natuurlijk kende hij het fenomeen, dat ook bekendstaat als het Dunning-Kruger-effect. Dat is een psychologisch verschijnsel waarbij mensen die incompetent zijn in een taak hun prestaties hoger inschatten dan ze in werkelijkheid zijn.

Dat effect heeft in mijn ogen tot gevolg dat mensen met een theoretische opleiding vaak denken dat ze weten hoe de wereld in elkaar zit en oordelen over zaken waar ze geen enkele ervaring mee hebben. Ze leven op Mount Stupid. Pas als ze zelf iets zouden moeten doen, komen ze erachter dat de wereld vele malen complexer is.

Komen ze er niet achter, dan kunnen ze eindeloos kletsen en ontstaat iets wat we kennen als de kleren van de keizer. Dat is in mijn ogen precies wat er aan de hand is in onze tijd. Daar zou ik meerdere podcasts mee kunnen vullen.

Nu is het wachten tot de opname online komt. Maar misschien past het ook helemaal niet in het concept van de nieuwe wereld en is het alleen voorbehouden aan mensen met een titel. (grapje natuurlijk)

De Kloof tussen Theorie en Praktijk:

De Kloof tussen Theorie en Praktijk: Waarom Academische Beleidsvorming Soms Faalt

Academisch gevormde professionals zijn getraind in het analyseren van complexe vraagstukken, het ontwikkelen van theoretische modellen en het zoeken naar oplossingen die logisch en onderbouwd zijn. Deze vaardigheden zijn onmisbaar in een wereld waarin problemen steeds ingewikkelder worden. Toch is er een groeiend besef dat beleid, hoe goed bedoeld en theoretisch onderbouwd ook, in de praktijk vaak anders uitpakt dan verwacht. Dit roept de vraag op: missen academici soms een cruciaal perspectief?

In dit artikel wil ik een ongemakkelijke waarheid bespreken: de handicap die academisch gevormde mensen soms hebben door een gebrek aan praktische ervaring. Dit gebrek kan leiden tot beleid dat in de praktijk onrealistisch blijkt te zijn, met alle gevolgen van dien.


De Sterke Kant van Academici: Theorie en Analyse

Laten we beginnen met wat goed gaat. Academici zijn meesters in abstract denken. Ze kunnen complexe systemen doorgronden, verbanden leggen en oplossingen ontwerpen die logisch en consistent zijn. Ze baseren zich op data, modellen en wetenschappelijke inzichten. Dit is een enorme kracht, vooral in een wereld waarin problemen zoals klimaatverandering, gezondheidszorg en onderwijs hervorming vragen om doordachte en systematische oplossingen.

Maar deze kracht kan ook een valkuil worden. Wanneer ze beleid ontwerpen zonder voldoende inzicht in de dagelijkse praktijk, lopen ze het risico dat onze theoretische oplossingen niet aansluiten bij de realiteit.


De Kloof tussen Theorie en Praktijk

De praktijk is weerbarstig. Waar zij als academici vaak werken met modellen en idealen, werken mensen in de praktijk met beperkingen: tijd, middelen, bureaucratie en menselijke emoties. Wat op papier logisch lijkt, kan in de praktijk onuitvoerbaar blijken.

Voorbeelden van Onrealistisch Beleid

  1. De Zorg: Administratieve Lasten
    Beleidsmakers introduceren regels om de kwaliteit van zorg te meten en te verbeteren. Maar verpleegkundigen en artsen ervaren deze regels vaak als een obstakel. Ze besteden uren aan het invullen van formulieren, terwijl ze die tijd liever aan hun patiënten zouden besteden. Het gevolg is dat de kwaliteit van zorg juist onder druk komt te staan.

  2. Het Onderwijs: Toetscultuur
    In het onderwijs zien we een vergelijkbare trend. Beleidsmakers, vaak met een academische achtergrond, leggen de nadruk op toetsing en meetbare resultaten. Dit lijkt logisch: wat je meet, kun je verbeteren. Maar leraren merken dat deze toetscultuur ten koste gaat van de tijd en ruimte om leerlingen echt te begeleiden. Het resultaat is een systeem waarin cijfers belangrijker lijken dan leren.

  3. De Bouw: Overregulering
    In de bouwsector worden strenge regels opgesteld om veiligheid en duurzaamheid te waarborgen. Hoewel deze regels belangrijk zijn, worden ze vaak ontworpen door mensen zonder ervaring in de bouwpraktijk. Dit leidt tot vertragingen, hogere kosten en frustratie bij bouwprofessionals die dagelijks met deze regels moeten werken.


Waarom Gebeurt Dit?

De oorzaak van deze kloof ligt in de manier waarop academici vaak werken. Ze baseren zich op data, modellen en theoretische inzichten, maar missen soms de directe ervaring van hoe deze inzichten in de praktijk worden toegepast. Bovendien wordt praktische ervaring in academische kringen niet altijd even hoog gewaardeerd. Dit leidt tot een blinde vlek: ze zien de praktijk niet zoals die werkelijk is, maar zoals ze denken dat die zou moeten zijn.


Hoe Kunnen ze dit verbeteren?

  1. Betrek Praktijkmensen bij Beleidsvorming
    Beleidsvorming moet een dialoog zijn tussen theorie en praktijk. Dit betekent dat ze mensen uit de praktijk actief moeten betrekken bij het ontwerpen van beleid. Hun inzichten zijn onmisbaar om te begrijpen wat werkt en wat niet.

  2. Praktijkervaring voor Beleidsmakers
    Academisch gevormde beleidsmakers zouden zelf praktijkervaring moeten opdoen in de sector waarvoor ze beleid maken. Dit kan door stages, werkbezoeken of zelfs tijdelijke functies in de praktijk. Alleen door zelf te ervaren hoe de praktijk werkt, kunnen we beleid maken dat realistisch en uitvoerbaar is.

  3. Eenvoud en Flexibiliteit in Beleid
    Ze moeten streven naar eenvoud en flexibiliteit in onze beleidsvoorstellen. Dit betekent minder bureaucratie en meer ruimte voor professionals om hun werk te doen zoals zij dat het beste vinden.

  4. Onderwijs dat Theorie en Praktijk Combineert
    Universiteiten en hogescholen zouden meer aandacht moeten besteden aan het combineren van theorie en praktijk. Dit kan door stages, praktijkopdrachten en samenwerking met bedrijven en organisaties.


Een Oproep tot Zelfreflectie

Als academici hebben ze een verantwoordelijkheid om niet alleen goede ideeën te bedenken, maar ook om ervoor te zorgen dat deze ideeën werken in de praktijk. Dit vraagt om zelfreflectie: durven ze toe te geven dat ze niet alles weten? Zijn ze bereid om te leren van mensen die dagelijks met de gevolgen van ons beleid te maken hebben?

De kloof tussen theorie en praktijk is niet onoverbrugbaar. Maar het vraagt om een andere manier van denken, een manier waarin we onze theoretische kennis aanvullen met praktische inzichten. Alleen dan kunnen ze beleid maken dat niet alleen goed klinkt op papier, maar ook werkt in de echte wereld.

Laten we die uitdaging aangaan.

Zonder 1,5 meter gaat het beter!

Waar ik ook kom, regelmatig zie ik nog restanten van de 1,5 meter regel, ingevoerd met de bedoeling om levens te redden.  Hoewel de intentie nobel was, zijn de sociale, economische en psychologische gevolgen van deze maatregel verstrekkend en niet te negeren.

Sociale Isolatie en Eenzaamheid

Een van de meest ingrijpende effecten van de 1,5 meter regel was de sociale isolatie die het met zich meebracht. Mensen werden aangemoedigd om afstand te houden, zelfs van hun dierbaren. Gezinsleden konden elkaar niet omhelzen, vrienden konden niet samenkomen, en grootouders moesten hun kleinkinderen op afstand houden. Voor ouderen, die vaak al een kwetsbare positie in de samenleving hebben, werd eenzaamheid ondraaglijk. De menselijke behoefte aan fysiek contact werd plotseling weggenomen, met als gevolg een toename in depressie, angst en gevoelens van isolement.

Economische Schade

De 1,5 meter regel had ook grote gevolgen voor bedrijven. Horecaondernemingen, theaters, sportscholen en winkels moesten hun capaciteit verminderen of zelfs hun deuren sluiten. Kleine ondernemers, die vaak met smalle marges werken, zagen hun inkomsten instorten. De schade leidde tot faillissementen, werkloosheid en financiële onzekerheid voor miljoenen mensen.

Onderwijs op Afstand

Ook in het onderwijs had het grote effekten. Studenten en scholieren werden gedwongen om vanuit huis te leren, wat resulteerde in een leerachterstand. Niet alle gezinnen hadden toegang tot goede technologie of een rustige leeromgeving, wat vooral kinderen uit kwetsbare gezinnen benadeelde. Daarnaast leidde het gebrek aan sociaal contact op school en daar buiten tot problemen in de ontwikkeling van jongeren.

Geestelijke Gezondheid

De psychologische effecten van de 1,5 meter regel waren ongetwijfeld groot. Het constante gevoel van afstand en de angst om ziek te worden, hadden vast ook gevolgen voor de geestelijke gezondheid. Veel mensen voelden zich afgesneden van de wereld en verloren hun gevoel van verbondenheid. 

En nu

Hoewel de 1,5 meter regel in een noodsituatie werd ingevoerd, heeft het ons ook belangrijke lessen geleerd. We hebben gezien hoe belangrijk sociale verbondenheid is. Als vrijwilliger bij een telefonische hulplijn krijg ik veel eenzame mensen aan de lijn. Zelf denk ik dat de 1,5 meter daaraan heeft bijgedragen. Ik kan me eigenlijk wel boos maken dat de restanten nog steeds te zien zijn in winkels door 1,5 meter stickers. Ik heb de neiging ze weg te halen. Want als we iets nodig hebben in deze tijd (en zeker de tijd voor kerst) is dat afstand tussen mensen verdwijnt. En misschien gaat een constante confrontatie met al die 1,5 meter stickers mensen tussen de oren zitten.

Gemeenschappen, Emotie en Intimiteit: De Essentie van Menselijke Verbinding

Als we denken aan gemeenschappen, zien we vaak groepen mensen die samenwerken en elkaar ondersteunen. Maar wat een gemeenschap écht tot leven brengt, is iets veel subtielers: intimiteit. Het gaat niet alleen om fysieke nabijheid, maar om een emotionele connectie, en ook het delen van kwetsbaarheid en het bouwen van vertrouwen.

Wat is Intimiteit in een Gemeenschap?

Intimiteit in een gemeenschap draait om de kleine momenten die samen verhalen vormen. Het is het vermogen om echt contact te maken—of dat nu gebeurt in een dorpshuis, op een sportclub, of simpelweg tijdens een gesprek op straat. Daardoor ontstaat dat mensen de ruimte voelen om zichzelf te zijn en hun emoties te delen, zonder angst voor oordeel.

Voorbeeld: De koffie-ochtend

In een dorpshuis organiseert een vrijwilliger wekelijks een koffie-ochtend. Het is geen formeel gebeuren; mensen druppelen binnen, delen verhalen, lachen en genieten samen. Daardoor ontstaat tijdens deze ochtenden een sfeer van vertrouwen. Een alleenstaande ouder voelt zich gesteund, een oudere buur vindt gezelschap, en afgekeurd iemand heeft even vertier. Dit zijn geen spectaculaire momenten, maar ze creëren de intimiteit die een gemeenschap hechter maakt.

Emotie als Sleutel tot Intimiteit

Emoties verbinden mensen. Zowel gedeelde vreugde als gedeeld verdriet kan een gemeenschap versterken.

Voorbeeld: Een buurt die samen rouwt

In een kleine gemeenschap overlijdt een dorpsgenoot onverwachts. Zijn verlies raakt iedereen. Mensen zoeken elkaar op met verhalen over haar leven. Tijdens die bijeenkomst voelt iedereen een diepe verbondenheid. Het is de gedeelde pijn en de gezamenlijke steun die deze gemeenschap dichter bij elkaar brengt.

Voorbeeld: Samen vieren

Tijdens een dorpsfeest danst een divers gezelschap op de muziek. Jong en oud, mensen met verschillende achtergronden, lachen en genieten samen. Een spontane groepsfoto vangt het moment. Deze gedeelde vreugde, maakt een blijvende herinnering en verstevigt de onderlinge banden.

Hoe Intimiteit een Gemeenschap Versterkt

Wanneer intimiteit een plek krijgt in een gemeenschap, ontstaat er een veilige ruimte waarin mensen durven te zijn wie ze zijn. Dit kan leiden tot:

  • Diep begrip: Mensen leren elkaar écht kennen. Bijvoorbeeld wanneer een buurman met een beperking zijn verhaal deelt en zijn behoeften bespreekt tijdens een bijeenkomst.
  • Betrokkenheid: Intimiteit inspireert actie. Wanneer een moeder zich gehoord voelt over het gebrek aan speeltuinen in de buurt, ontstaat er een bewonersinitiatief om dit aan te pakken.
  • Veiligheid: In een buurt waar mensen elkaar vertrouwen, voelen kinderen zich veilig om buiten te spelen, en durven ouderen elkaar om hulp te vragen.

Het Risico van het Vermijden van Intimiteit

In gemeenschappen waar intimiteit ontbreekt, ontstaat een gevoel van eenzaamheid of vervreemding.

Voorbeeld: De ‘stille straat’

In een straat waar bewoners elkaar nauwelijks groeten, voelt iedereen zich op zichzelf aangewezen. Een nieuwe buurvrouw probeert contact te maken door een praatje te maken bij de brievenbus, maar krijgt alleen korte antwoorden. Er ontstaat geen verbinding. Het gevolg? Mensen blijven vreemden voor elkaar, en het potentieel voor een ondersteunende gemeenschap blijft onbenut.

Bouw aan Intimiteit, Bouw aan de Toekomst

Het creëren van intimiteit vraagt om bewuste acties en kleine gebaren.

  • Luister naar elkaar: Neem de tijd om echt te horen wat iemand zegt, of het nu gaat om een klacht of een succesverhaal.
  • Creëer ontmoetingsplekken: Een bankje in een park, een buurtbibliotheek, of een gezamenlijke tuin kan een plek worden waar intimiteit groeit.
  • Wees kwetsbaar: Deel iets persoonlijks, want kwetsbaarheid nodigt anderen uit om hetzelfde te doen.

Voorbeeld: Het delen van een verhaal

Tijdens een buurtbijeenkomst vertelt een inwoner hoe ze worstelde met eenzaamheid na haar verhuizing. Haar eerlijkheid raakt anderen en opent de deur voor meer verhalen. Binnen een paar maanden wordt ze actief betrokken bij meerdere buurtactiviteiten en groeit er een gevoel van thuis.

De Onzichtbare Draad

Intimiteit is de onzichtbare draad die gemeenschappen samenbindt. Het verbindt mensen niet alleen op praktisch niveau, maar ook in hun hart. Wanneer we ruimte maken voor intimiteit, ontstaat er een gemeenschap die niet alleen samenwerkt, maar ook samen voelt.

Laten we de tijd nemen voor die koffie-ochtenden, de gedeelde momenten, en de kleine gesprekken bij de voordeur. Daar, in de kern van menselijke interactie, ligt de kracht om gemeenschappen echt te laten bloeien.

Gemeenschappen

Mijn blog gaat heel vaak over gemeenschappen. Dat fascineert me enorm. Juist in een tijd waar individualisering hand over hand toe neemt, zijn gemeenschappen in mijn ogen een gezond tegengif. Niet dat gemeenschappen heilig zijn juist niet. Want gemeenschappen kunnen ook erg knellen. Denk alleen maar aan sektes waar soms mensen letterlijk uit moeten ontsnappen.

De vrijheid van het individu is een groot goed. Het kunnen worden wat je wilt, is tegenwoordig de heilige graal. Op zoek naar wie je bent en nog belangrijker wie je wilt zijn. En als dat allemaal niet lukt wacht de teleurstelling. Social media staan bol van de “geluksmomenten”. Soms zie ik mensen stralend een selfie nemen om vervolgens chagrijnig te kijken als dat moment voorbij is. Het levert mij gesprekken op bij de telefonische hulplijn waar ik vrijwilliger ben.  Eenzaamheid en “niet worden gezien” is daar een veel voorkomend onderwerp van gesprek.

Vaak vraag ik dan hoe iemand woont en of ze regelmatig mensen spreken. Dat is zelden het geval. Geen lid van een vereniging of kerk. Ik hoor wel regelmatig iemand die lid is van de sportschool. Maar dan wel een sportschool die 24 uur per dag open is en de deelnemers met oortjes in aan het sporten zijn. Eenzaamheid ontstaat vaak ook door ruzies waardoor families uit elkaar zijn gevallen. Corona heeft daar ook erg aan bijgedragen en omdat we niet meer mochten bijeen komen. Daardoor zijn veel verenigingen gestopt.

Verenigingen hebben moeite vrijwilligers te vinden. Voor een eenmalige actie lukt dat meestal nog wel maar iemand voor in het bestuur vinden is lastiger. Al jaren ben ik vrijwilliger in diverse besturen en merk ook dat het allemaal zakelijker wordt. Er is zelden ruimte voor de persoonlijke noot. Nu ben ik gezegend om in een klein dorp te wonen waar het nog overzichtelijk is. We hebben gelukkig nog tradities waar we elkaar ont-moeten. Bewust elkaar tegenkomen zonder dat we iets van elkaar moeten. 

Tradities brengen vaak mensen bij elkaar: Paasvuur, Carbit schieten, Straten volleybal, buurt BBQ, verjaardagvisite bij de buren, een toneelvoorstelling of Nieuwjaar revue in het dorpshuis. Kan je in deze gevallen spreken van een gemeenschap? In mijn ogen mist er nog iets om van een gemeenschap te spreken. Dat zou wel eens kunnen zitten in dat streepje in ont-moeten. Waarom ga ik naar de bijeenkomsten? Om te ontmoeten! Misschien juist omdat ik dat van mezelf moet. Omdat ik graag onderdeel wil zijn van iets, er bij willen horen. Zodra dat streepje verschijnt verdwijnt de gemeenschap. 

Natuurlijk is iedereen vrij om zich van alles niets aan te trekken. Gewoon naar een festival om met duizenden uit het dak te gaan. Extreem uitgedost in welke gendervorm dan ook. Helemaal jezelf kunnen zijn. Maar als dat het enige is dan mist er in mijn ogen iets. Waar wordt je “echt gezien en nog belangrijker gehoord?” Niet gezien door die bijzondere outfit maar gezien als mens onder die kleding. Of juist gehoord. Dat maakt het werken aan de telefonische hulplijn zo bijzonder. Gesprekken die soms erg persoonlijk zijn. Er is even contact, vertrouwelijk, anoniem, een intiem moment met ons beiden. Ergens las ik dat een gemeenschap ook iets intiems iets vertrouwelijks in zich heeft. Een mooie gedachte om in een volgende blog eens te gaan verkennen.

Regel is regel!

Een beetje een vervolg op mijn vorige blog “Nood breekt wet” is “Handelen in de geest van de wet”. Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat je een regel niet al te strikt kunt toepassen. Ik stop bijvoorbeeld soms bij een stopverbod om een ​​aanrijding te voorkomen. De toeslagenaffaire heeft duidelijk gemaakt dat de overheid vaak “naar de letter van de wet” handelt. Achteraf legde men veel te zware sancties op. De redelijkheid ontbreekt. We leven in tijden waarin, zeker in de politiek, men redeneert naar de letter van de wet. Zeker als het om Europese wetten gaat, gedraagt ​​onze overheid zich roomser dan de Paus. Maar ook schiet de overheid door met sancties als men niet goed handelt. Wat dat betreft kunnen we in Nederland een voorbeeld nemen aan Spanje: als je daar een boete krijgt en je betaalbare op tijd, dan betaal je maar 50%.

Nu leggen mensen een stukje coulance vaak gelijk uit als een recht. Mannen schermt al snel met het gelijkheidsbeginsel. Wat voor de één opbrengst moet ook voor de andere gelden. Een oud Nederlands spreekwoord zegt iets anders: De één mag een paard stelen, de ander mag niet over het hek kijken. Je hebt nu eenmaal werkpaarden en sierpaarden. In deze tijd kennen we praktische mensen en theoretici. De laatsten werken vaak in bullshitbanen, terwijl mensen met een praktisch beroep bezig zijn dingen te scheppen.

Een praktisch ingesteld iemand knijpt vaker een oogje dicht omdat hij of zij weet dat “regel is regel” lang niet altijd werkt. Een beetje onder het mom van: als het niet kan zoals het moet, moet het maar zoals het kan. Vaak overziet hij of zij de gevolgen van het eigen handelen. Een theoretisch onderwezen iemand kan dat minder goed en valt vaak terug op regels en voorschriften. Daarbij handelt hij of zij volgens de regels. Een echte vakman weet wanneer hij zich aan de regels moet houden en wanneer niet. En dát is vaak niet in regels te vatten.

Slachtoffer van eigen beleid.

Jaren geleden gebruikte ik eens bij toeval de kreet “je moet nooit slachtoffer worden van je eigen beleid.” Oftewel je hebt ooit iets besloten en achteraf blijkt het niet goed uit te pakken. Dan blijf je daar niet in hangen is vaak mijn advies. Dat is natuurlijk vrij aan iedereen om in de eigen misère te blijven zitten. Maar dat is niet wat ik zelf wil. In Nederland kennen we uitdrukkingen die daar ook op slaan. “Beter te halve gekeerd dan te hele gedwaald!” Of misschien nog actueler “Nood breekt wet!”

Er zijn natuurlijk een paar uitzonderingen. Bijvoorbeeld als je iemand iets hebt beloofd wat achteraf je niet goed uitkomt. Maar ook dan is het niet onverstandig in gesprek te gaan om te kijken of er een oplossing mogelijk is. Dat overkwam met laatst toen iemand me om een advies vroeg. Haar zoon en kleinkind kwamen over uit het buitenland op bezoek. Nu had ze op dat moment een afspraak met de gemeente voor ondersteuning. Wat te doen want die afspraak met de gemeente durfde ze niet af te zeggen. Op mijn vraag wat ze het belangrijkst vond, antwoordde ze: “het bezoek van mijn zoon”. Het mag duidelijk zijn wat ik haar adviseerde. Ze was merkbaar opgelucht.

Als ik zo naar onze overheid kijk lijken ze ons land te storten in ellende die we, ooit zelf hebben bedacht. Ik zag op Linkedin een video waar Louise Fresco (WUR) nog eens kernachtig uitlegt dat het stikstofprobleem door Nederland zélf is gecreëerd. De blogpost is hier te zien. Ze was tot 2 jaar geleden bestuursvoorzitter van Wageningen University & Research. Dus niet de eerste de beste. Wat ze noemt in de video is dus een mooi voorbeeld van slachtoffer van ons eigen beleid.

Heel actueel is de asielcrisis die door een groot deel van Nederland ook zo wordt ervaren. Nu zijn de progressieven onder ons altijd van de voorwaartse richting en vooral niet achterom kijken. Ze hangen de mening aan dat Nederland moet veranderen. Opgaan in de vaart der volkeren, al die internationale bezoekers zijn een verrijking. We moeten voor al die kansparels ruimte maken. Het vervelende is dat de progressievelingen op een of andere manier zich verheven voelen boven andersdenkenden. Dat leidde er eens toe dat een minister uitriep: wie zijn die mensen?” Dat zijn dus de mensen die ervaren en zien dat het vast loopt in ons land. En het ook zo ervaren. Meer dan de minister die dat roept vanaf de achterbank van de auto met chauffeur.

Als je geen slachtoffer wil zijn van eigen beleid moet je dus je beleid gaan veranderen. En als je afspraken hebt gemaakt met anderen, kan je daar altijd over in gesprek. Maar als het echt te bond wordt dan pas je de wet aan volgens ons mooie spreekwoord: “Nood breekt wet!”

Algemene Beschouwingen: Een Stap Vooruit voor de Democratie.

De Algemene Beschouwingen waren vorige week weer het jaarlijks politieke hoogtepunt in Den Haag. Wat deze editie echter bijzonder maakte, was het opvallende democratische karakter van het debat. De Kamer vertoonde zich meer dan ooit betrokken bij de vertegenwoordigers van de burgers. Er was ruimte voor echt inhoudelijke discussies. Het debat levendig, iets wat ons politieke landschap nodig had. Helaas leek een groot deel van de traditionele media dit volledig te missen.

Het open debat als democratische winst

Wat de Algemene Beschouwingen dit jaar zo goed maakten voor onze democratie, was de ruimte voor kritische noten van de oppositie, zonder dat deze directe werden afgewimpeld door de coalitie. Er was een openheid die je in een gezonde democratie verwachtte: vragen werden scherp gesteld, ministers werden aan het werk gezet, en er werd diep ingegaan op de plannen van het kabinet. Dit soort debatten laten zien hoe de Tweede Kamer kan functioneren als dé volksvertegenwoordiging en controleur van de regering, in plaats van een verlengstuk van de macht.

Media geven de inhoud niet weer

Het is precies deze soort levendige democratie die ons zouden moeten boeien, maar je zag het amper terug in de grote nieuwsmedia. Terwijl journalisten zich richtten op de “soundbites” en de politieke spelletjes, werd de inhoud vaak naar de achtergrond gedrukt. De aandacht gaat vooral uit naar de verhoudingen tussen politieke leiders en de functionele strijd om de macht, in plaats van naar de diepere discussies die echt belangrijk zijn voor het publiek.  Dit is een gemiste kans. Juist wanneer de democratie beter werkt, zou dat breed in de media moeten worden uitgemeten.

De keerzijde van coalitievorming

Ondanks deze positieve tendensen tijdens de Algemene Beschouwingen blijft de schaduw van coalitievorming over onze democratie hangen. Coalities zijn een noodzakelijk kwaad in ons systeem, maar ze werken vaak beknellend. In een politiek landschap waar coalities al bijna bij voorbaat vastliggen, lijkt de ruimte voor een echt democratisch debat vaak te verdwijnen.

De coalitiepartijen volgen vrijwel altijd het script dat achter gesloten deuren is opgesteld. Zelfs wanneer er interne kritiek is, blijft de fractiediscipline overheersen, omdat men de stabiliteit van het kabinet wil bewaren. De oppositie kan er nog niet aan wennen dat er ruimte is om elkaar op te zoeken ze blijven hangen in oude dogma’s. Daarnaast ontgaat het de oppositie dat immigratie overal op de wereld een issue is. Doordat ze het niet willen onderkennen verliezen ze steeds meer terrein.

Een systeem dat vraagt ​​om verandering

Het probleem met coalitievorming is dat de politieke diversiteit in de Kamer niet ten volle tot zijn recht laat komen. In plaats van dat elke partij en elk lid zich sterk maakt voor haar eigen visie en aanbevelingen, worden compromissen gesloten. Deze staan vaak ver af ​​van de oorspronkelijke partijprogramma’s. De stem van de kiezer verwatert grotendeels, en de kloof burger en politiek groeit. Dit systeem leidt tot een politiek waarin machtsbehoud centraal staat, in plaats van vertegenwoordiging en vernieuwing.

En terwijl de media druk met het politieke spel is, blijft deze fundamentele kwestie grotendeels buiten beeld. We hebben kritische media nodig die niet alleen verslag doen van wat er in de Tweede Kamer gebeurt, maar ook de grotere democratische vragen onder de loep nemen.

Conclusie: Algemene Beschouwingen als voorbeeld, coalitievorming als hindernis

De Algemene Beschouwingen van dit jaar gaven een positieve impuls aan de democratie. De Kamer kwam tot leven, er werd zo nu en dan gedebatteerd op de inhoud en er was ruimte voor kritische oppositie. Dit is hoe politiek hoort te zijn. Helaas werd dit niet opgepikt door de traditionele media. Die concentreerden zich liever op het politieke theater dan op de inhoudelijke discussies. Ze zijn ziende blind wat er gebeurd

Maar de vraag blijft van deze democratische impuls kan doorwerken in een systeem dat zo zwaar leunt op coalitievorming. Zolang de coalitiedwang blijft bestaan, zal echte vernieuwing moeilijk zijn. Misschien is het tijd om ons af te vragen hoe we coalitievorming kunnen hervormen. Elke stem in de Kamer moet de ruimte krijgen die het verdient. Wil je dat onze democratie volledig tot bloei komt?

Onderstaand gesprek gaat ook over de nieuwe wind in politiek.

Angst doet wat met je!

Ik probeer iedere dag het nieuws te volgen, maar het wordt me soms allemaal te veel. Je zou er bang van worden. Soms lijkt het alsof de wereld gek geworden is. En al die gekkigheid komt gewoon je kamer binnen, iedere dag weer in overvloed.
Hier een overzicht van de zorgen die ons bezighouden:
Gezondheidscrises, criminaliteit en geweld, economische onzekerheid, werkloosheid, inflatie en financiële problemen, klimaatverandering, technologische ontwikkelingen, politieke instabiliteit, migratie en vluchtelingenstromen, sociale ongelijkheid, oorlog en conflicten, misinformatie en nepnieuws, dreiging van nucleaire wapens, verslechtering van de geestelijke gezondheid, energiecrisis, onderwijscrisis, verlies van biodiversiteit, corruptie en wanbeheer, toenemende politieke polarisatie, sociale media en cyberpesten, verlies van privacy, tekort aan schoon drinkwater.

Wat doet dit met ons?

Al dat geweld en die bedreigingen zorgen ervoor dat mensen het nieuws niet meer willen volgen. Dit lijkt een verstandig besluit, gezien de impact die angst op je kan hebben. Volgens Thuisarts.nl kunnen de symptomen van angst onder andere zijn: hartkloppingen, zweten, koude rillingen, duizeligheid, beven, benauwdheid, een vervelend gevoel in de borst, tintelingen of een doof gevoel in handen en/of voeten, droge mond, misselijkheid, maagpijn, braken of diarree, hoofdpijn, rood worden, flauwvallen, verwarring, het gevoel de controle over jezelf te verliezen, gek worden of doodgaan. Het is niet voor niets dat zelfmoordcijfers stijgen en de geestelijke gezondheid afneemt. Burn-out en overspannenheid nemen hand over hand toe.

Hoe kun je je hiertegen wapenen?

Om te beginnen is het belangrijk om niet alles klakkeloos te geloven. Onlangs was er een alarmbericht over een sterke afname dit jaar van het aantal vlinders. Dit werd gepresenteerd in het journaal. Hoewel ik in onze tuin aanvankelijk ook weinig vlinders zag, is het aantal nu weer toegenomen. Ik las op internet dat het natte voorjaar de oorzaak was van de tijdelijke afname. Hoewel het aantal vlinders door de jaren heen inderdaad afneemt, ging het item over alleen dit jaar. Een mooi wapen is ook om bij het nieuws een soort score bij te houden. Hoeveel angs onderwerpen er soms in een uitzending zit het is gewoon lachwekkend. Want soms wordt een angstelement erbij gehaald terwijl het weinig met het item te maken heeft. Veel regen komt door klimaat verandering, droogte ook, biodiversiteit ook. Je kunt als het ware net als met schrabble een woordwaarde maken. Grapje natuurlijk maar het maakt het wat luchtiger en soms zie je de absurditeit.

GBV

Zelf ben ik praktisch geschoold en boerenzoon. We gebruiken vaak de uitdrukking GBV: Gezond Boerenverstand. Dit ontbreekt soms bij theoretisch geschoolde mensen, die eerder modellen geloven dan de werkelijkheid. Buienradar is daar een goed voorbeeld van. Mensen die dicht bij de natuur leven, kunnen vaak aanvoelen wanneer het gaat regenen. Iedereen heeft wel voorbeelden van Buienradar die er faliekant naast zit. Maar voorbeelden te over. Rob Jette 28 miljard investeren voor 0,00036 graden minder stijging, gebaseerd op modellen.

Onderzoek alles

Ik las het boek van Adriaan ter Braak, “Eigen onderzoek eerst”. Het was niet makkelijk om door te komen. Hij strijdt tegen pseudowetenschap, wat logisch is omdat hij wetenschapsjournalist is en de wetenschap moet verdedigen. Dit leidt echter tot een verzet tegen iedereen die “eigen onderzoek doet”. Eigen onderzoek is volgens mij niets mis mee. Zie mijn voorbeeld van de vlinders. Sommige alternatieve behandelingen kunnen als misdadig worden beschouwd volgens Adriaan, maar ik denk daar anders over. Mijn motto is: “Onderzoek alles, behoud het goede.” Dit betekent niet automatisch dat je het beter moet weten dan de wetenschap, maar wel dat je kritisch moet blijven.

Ooit gaan we allemaal

Adriaan wijst op de aandacht die coaches en therapeuten kunnen geven aan mensen, vooral omdat de overbelaste zorg daarvoor geen ruimte biedt. Hij wijst dit af. Het is in mijn ogen juist mooi dat iemand troost vindt in een gesprek met een coach en een middeltje koopt dat in zijn of haar perceptie helpt. Dit kan beter zijn dan acht maanden wachten op een wachtlijst om vervolgens in acht sessies van 50 minuten geholpen te worden. Natuurlijk zit er kaf onder het koren, maar ook bij de aanschaf van een tweedehands auto kan het tegenvallen. Uiteindelijk gaan we allemaal dood, en de zoektocht naar genezing houdt ooit op. In dit kader kan ik iedereen het item over orgaandonatie op De Nieuwe Wereld aanbevelen. Adriaan zal het misschien niet waarderen, maar daar kan ik mee leven.

ANP helpt stichtingen om zeep.

En weer kreeg een stichting waar ik in zit een claim over beeldrecht van het ANP. Wat is het geval. In ons dorp was een nieuwjaarsbijeenkomst. Dit keer in de trend van “Even tot hier”. Een van de vragen was “Wie ook al weer de doventolk was tijdens corona”. Daarbij werd een plaatje getoond van de persconferentie. Van die avond is een verslag gemaakt en op de site van de stichting gezet. Daarbij veel foto’s van diverse onderwerpen dus ook een foto gemaakt door een vrijwilliger waarop een afbeelding van de corona persconferentie is te zien. Of we nu € 321,50 willen overmaken als schikking.

De wereld van vrijwilligers

In de wereld van non-profit en vrijwilligerswerk, is elke cent van onschatbare waarde. We draaien op de goodwill van vrijwilligers, die hun tijd en middelen investeren om positieve veranderingen teweeg te brengen. Op deze manier kan het claimen van beeldrecht door grote organisaties zoals het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) verwoestend werken voor deze goed bedoelende initiatieven. Dit is niet de eerste keer al eerder moesten we dokken voor een artikel over streektaal over olympische spelen met een foto van een schaatster

Vrijwilligersorganisaties: De Ruggengraat van de Samenleving

Vrijwilligersorganisaties vormen een cruciale pijler in onze samenleving. Ze bieden ondersteuning aan kwetsbare groepen, organiseren gemeenschapsevenementen en dragen bij aan educatie en milieu. Deze organisaties opereren meestal met beperkte budgetten en zijn sterk afhankelijk van giften en vrijwilligerswerk. Iedere onverwachte kostenpost kan een grote impact hebben op hun functioneren.

Beeldrechten: Een Onverwachte Gevaarlijke Val

Beeldrechten zijn bedoeld om de rechten van fotografen en nieuwsagentschappen te beschermen. Echter, de manier waarop deze rechten worden gehandhaafd kan desastreuze gevolgen hebben voor vrijwilligersorganisaties. Het ANP, dat een uitgebreide beeldbank bezit, heeft de wettelijke middelen om grote boetes op te leggen aan degenen die hun beelden zonder toestemming gebruiken. Voor grote commerciële bedrijven is dit wellicht slechts een kostenpost, maar voor een vrijwilligersorganisatie kan een dergelijke boete catastrofaal zijn.

Oproep aan het ANP: stop met deze terreur

Natuurlijk erken ik dat rechten van een foto liggen bij de maker. Overigens denk ik dat in dit geval de maker geen cent ziet van deze claim.  Maar in dit geval gaat het om een dorpssite waar verslag gemaakt van een persiflage van “Even tot hier” met in totaal een stuk of 60 foto’s . Er zitten ook foto’s bij  van RTL 4 en RTV Noord en een Covid logo waar hoogstwaarschijnlijk ook rechten op zitten. En mogelijkerwijs heeft de bedenker van “Even tot hier” ook rechten. Best ANP…. willen jullie echt te boek staan als de grote killer van vrijwilliger organisaties? Ik ben benieuwd hoe de maker van een foto van de persconferentie geschaad wordt door dit. Oh wacht Daar gaat dit helemaal niet om. Het is goedkoop zakken vullen. Zie ook voor de achtergrond over werkwijze de blog van Aart Jan.

Vind je het ook te zot voor woorden teken dan de petitie https://beoordeelfotoclaims.petities.nl/

Oh ja het was een fantastisch leuke avond op 14 januari 2024.

Het glasvezelfiasco in Groningen

Rodin is failliet en Groningen zit met een verwoest digitaal landschap in het buitengebied en met een financiële scheur in de broek. Waar ligt de schuld? Bij de provincie! Terwijl buurprovincie Drenthe het begreep en met initiatieven samenwerkte, regeerde binnen de provincie Groningen de hoogmoed. Er waren in de provincie Groningen 13 initiatieven die bezig waren in de eigen omgeving een glasvezelnetwerk te realiseren. Vaak nog pril, maar honderden mensen waren ermee bezig. Ze klopten vergeefs aan bij de provincie. Een aantal bespiegelingen.

Over de initiatieven

Natuurlijk is het haast een onmogelijke taak om in de wijdse provincie Groningen een renderend glasvezelnetwerk aan te leggen. De afstanden tussen de boerderijen en woningen zijn soms immens. Toch waren er voldoende kansen, in mijn ogen. Het grote probleem van glasvezelnetwerken is de vraagbundeling: ben je in staat om zoveel mogelijk mensen mee te laten doen? Dat lukt het best als inwoners het zelf oppakken: een stukje noaberschap. Dat valt vaak verkeerd bij de markt, die graag zelf bepaalt hoe en in welk tempo dingen gebeuren. Het tempo bij de 13 initiatieven had zo zijn eigen dynamiek. Ook de overheid, met name de provincie Groningen, wilde de eerste provincie zijn met een glasvezelnetwerk in het landelijke gebied, en ze hadden er geld voor over. Waanzin in de ogen van mensen die er verstand van hebben.

Over de markt

Glasvezelnetwerken aanleggen in rurale gebieden kost heel veel geld. De illusie dat de markt dat wel zou oppakken voor een fooi, heeft de provincie opgebroken. Natuurlijk was 5 miljoen euro van de provincie en nog eens 5 miljoen van het Economic Board Groningen een niet te versmaden opdracht. Er kwamen een aantal aanmeldingen. Natuurlijk de 13 initiatieven die zich in allerijl hadden georganiseerd. Een garantie voor mislukking. Een stel opportunisten, waaronder een partij die expertise had in draadloze netwerken: Rodin. Ik kende de partij en wist ook dat ze weinig (zeg maar geen) kennis en ervaring hadden over het aanleggen van glasvezelnetwerken. En wat velen al vermoedden: de eerste klanten werden draadloos aangesloten. Dat mocht, want in de aanbesteding van de provincie werd gesproken over een technisch neutrale oplossing.

Over de aanpak van de provincie Groningen

Zoals gezegd, de ambitie van de provincie was groot. Denigrerend werd er gesproken over de initiatieven. Letterlijk huilend heb ik bij de verantwoordelijke ambtenaar gezeten. Zie je dan niet wat er gaande is, hoeveel potentie er in de provincie ligt, en zie je niet wat er in Drenthe gebeurt? Het antwoord was letterlijk: “Jan, ik geloof niet dat Groningers dat kunnen.” Bizar, want juist die ambtenaar was een geboren en getogen Groninger. Aan de andere kant kon ik hem ook niets verwijten, want daarnaast deed hij nog vier andere projecten (hij kwam eens op een vergadering met de map ‘Elektrisch Fietsen’ onder de arm). Hij verzuchtte eens: “Ik wil dit dossier van mijn tafel.” Ter vergelijking: de provincie Drenthe had één fulltime ambtenaar en een aantal parttime ambtenaren op het dossier.

Het verloop

Rodin ging dus aan de slag en overal verrezen masten, sommigen verdwenen net zo snel, want de vergunningen waren niet verleend. Rodin blufte zich door de materie, ingehuurde aannemers tot wanhoop drijvend, want de materiedeskundigheid ontbrak aan alle kanten. De gedeputeerde bleef beweren dat het volgens plan liep. Insiders wisten wel beter. Het geld werd erdoorheen gejaagd; het leek wel de begintijd van de dotcom-hype. Ik telde op een gegeven moment vijf fourwheel drives bij het pand van Rodin. Die hoeven natuurlijk niet allemaal van Rodin geweest te zijn, maar het geeft wel een beetje de wereld aan waarin werd gewerkt.

Stichting Breedband Westerkwartier

In het Westerkwartier waren we aan de slag gegaan met het initiatief Stichting Breedband Westerkwartier. We kwamen een heel eind: 1800 mensen volgden onze verrichtingen via mailingen. 700 mensen hadden 50 euro overgemaakt waarmee we aan de slag waren gegaan met vraagbundeling (wie doet er mee?). We hadden een ontwerp op hoofdlijnen. Uiteindelijk waren we aardig op weg. Maar… de provincie gaf geen thuis, hoewel ze ons nog wel gesteund hadden heel in het begin met 10.000 euro. De gemeente Westerkwartier was nog in de embrionale fase en de vier oude gemeenten wisten niet hoe er mee om te gaan. Toen de nieuwe gemeente was gevormd, werd ze overlopen door de marktpartijen die letterlijk zeiden: “Vertrouw de burgerinitiatieven niet, te onbetrouwbaar, ze kunnen het niet.” Ons gevoel is ook dat ze ons nooit serieus hebben genomen.

De stekker eruit

De stichting is gestopt en de Coöperatie Westerglas is nooit van de grond gekomen. Heel veel mensen in het Westerkwartier zitten met een kater en een aanbod van een commerciële partij die wel wil aanleggen voor 2000 euro. Misschien wel een redelijk aanbod. Maar de schade die is aangericht is veel groter dan dat. Het vertrouwen in de politiek en met name de provincie heeft een stevige deuk opgelopen bij veel inwoners. Ook het proces transitie landelijk gebied verloopt juist is het Westerkwartier super stroef. Er is veel weerstand tegen de aanpak van de provincie. Dat is niet nieuw. Het Westerkwartier is een regio die graag zelf de toekomst bepaald. Niet voor niets dat Westerglas een heel eind kwam, maar uiteindelijk het onderspit moest delven. Verloren van het marktgeweld en te grote politieke ambities.  Het had zo mooi kunnen zijn.

 

Alzheimer en onwetendschap

Vraag me niet meer hoe ik het kreeg maar opeens verscheen een bericht over alzheimer op mijn scherm. Nu heeft dat mijn belangstelling want in mijn familie van mijn moeders kant komt dementie voor. Mogelijk ontwikkel ik dat ook. In dat bericht werd gesproken over een test. Dus snel de test gemaakt. De uitslag was wel een beetje vaag. 15% van de Nederlandse bevolking behaalde dezelfde score.

Kosten

Mooi dat 15% van de Nederlandse bevolking dezelfde score heeft en dat ik een goed geheugen heb. Het doet me deugd dat het niet rampzalig is gesteld maar deze reactie was wat vaag en had ik niet verwacht. Wat ik ook niet had verwacht, was dat ik gelijk gebeld zou worden. Een vriendelijk dame wilde me meer vertellen over dementie. Maar binnen een minuut vroeg ze of ik een maandelijke donatie wilde doen voor het ontwikkelen van medicijnen. Dat gezondheidszorg geld kost, was me al lang duidelijk. De gezondheidszorg is op de begroting van Nederland de grootste kostenpost. Binnen de begroting is de zorg voor ouderen een snel groeiende kostenpost. Dat zal ook wel nog wel even doorgaan want de demografische ontwikkelingen zorgen ervoor dat er steeds meer ouderen komen. Daarnaast maken mensen de meeste zorgkosten in de laatste jaren van hun leven.

Gezondheid versus medicijnen

Die laatste jaren van iemands leven zorgen voor een grote kans om dementie te ontwikkelen. In de toekomst hebben mensen boven de 90 jaar ongeveer de helft van de mensen kan op dementie. Goed dat er veel aandacht voor is. Alleen blijft de vraag of dat geld bestemd moet worden aan de ontwikkeling van medicijnen. Wat mij al heel lang stoort is dat gezondheidszorg niet meer genoemd wordt het draait alleen maar om medicijnen. Het meest duidelijk komt dat naar voren in de studie. De studie gezondheidszorg heet tegenwoordig studie medicijnen.  Dat bleek ook al bij alles rond Corona. Alles werd ingezet op het ontwikkelen van het vaccin. Simpele dingen als goed eten, voldoende vitamine D en veel beweging werd niet genoemd. Gewoon gezond leven. Sterker nog we moesten binnen blijven. Terwijl daar bij slechte ventilatie de grootste gevaren dreigende.

Onwetendschap

Mijn reactie op het verzoek voor een financiële bijdrage was dus negatief. Zeker niet als het gaat voor het ontwikkelen van medicijnen. Daar hebben we al te veel van. Het is ook maar de vraag of al die medicijnen juist zorgen voor een toename van dementie. Daarover zijn ook al studies verschenen die dat lijken te bevestigen. Maar tja wetenschap…. dat neem ik de laatste tijd wel met een grote korrel zout. Zeker als het gecombineerd wordt met het woord “bewezen”. Al eerder noemde ik het failliet van de wetenschap wat eigenlijk onwetendschap moet heten. Het steeds weer toetsen. Klopt het wel wat we doen, zeggen of denken te weten. Een ban op de kreet “wetenschappelijk bewezen.

Worden we geregeerd door ambtenaren?

Een blog schrijf ik meestal naar aanleiding van iets. De afgelopen week hoorde ik dat de rijksambtenaren een forse loonsverhoging van 8,5 % krijgen. Daarnaast nog een eenmalige vergoeding van 1100 euro. Op zich moet een ieder loon naar werken krijgen.  Dat op zich is geen reden voor mijn blog. Wat maakte dat ik toch in de pen kruip is het gesprek met een voormalig topambtenaar bij De Nieuwe Wereld. 

Wie heeft de macht?

In dat gesprek bekruipt mij het gevoel dat ambtenaren regeren en dat ze compleet los geslagen zijn van de rest van de maatschappij. De topambtenaar ontkent de problemen in de maatschappij en Ad Verbrugge laat hem bijna genoegzaam het woord voeren. Het lijkt of hij trots is op wat er is gebeurd. Maar als ik zie dat ambtenaren ook gewoon protesteren tegen beleid dan is de titel van de uitzending: “Worden we geregeerd door ambtenaren?” goed gekozen. 

Een enorme groei en aantallen

Er blijkt een explosie te zijn in het aantal (beleids)ambtenaren. De overheid is nog nooit zo groot geweest. Een mooie opmerking in de uitzending: er zijn niet veel mensen nodig om veel geld uit te geven. Ooit in het verleden hadden ze het plan 10.000 beleidsambtenaren terug te brengen tot 8000. Totaal mislukt. Dat stuk van het gesprek is voor mij compleet verwarrend. Er zijn 14.000 functies geschrapt maar tegelijkertijd is het totaal aantal gelijk gebleven. Begrijp me goed zelf ben ik ooit mijn loopbaan als Rijksambtenaar van het staatsbedrijf der PTT. Met de gereedschapstas op pad om technische dingen te doen zoals storingen opheffen of uitbreidingen in het telefonie netwerk te maken. Toen had de PTT alleen al meer dan 120.000 werknemers. Door de marktwerking werd ik ambtenaar af en met mij nog veel mensen ook in andere takken van sport. Daarover alleen is ook een bijdrage te maken. 

Waar stopt het?

Die functies waren uitvoerend. Het gesprek bij De Nieuwe Wereld concentreerde zich vooral op ambtenaren die beleid maken. (bron binnenlands bestuur). Het aantal rijksambtenaren is vorig jaar met ruim 5,5 procent gestegen ten opzichte van 2021. Eind 2022 stonden er 7.244 meer op de loonlijst. In totaal telt het rijk nu 138.376 ambtenaren. (bron binnenlands bestuur) Veel daarvan zijn bezig met beleid te maken. Tegenwoordig houdt dat grotendeels in hoe we ons als inwoner moeten gedragen. Wat gezien wordt als slecht belasten. De gemiddelde prijs van een pakje shag is tegenwoordig € 24,14. Het moet rokers een goed gevoel geven dat door de stijging in ieder geval we meer ambtenaren kunnen aanstellen.

Hamvraag is wel: loopt het allemaal niet vast? Less Indians and more Chiefs?

Ben ik een Don Quichot?

Vorige week hebben we Don Quichot gezien in Martiniplaza. Het was een leuke avond uit, maar blijkbaar weinig gewaardeerd. Want er waren een aantal voorstellingen geschrapt en het was bij ons lang niet uitverkocht. Zelf vond ik het een bijzonder mooie voorstelling met voldoende raakvlakken met de huidige tijd.

Over Don Quichot
Don Quichot wie kent het verhaal niet? Het is een boek uit 1605 (deel 1). Daarin wordt Don Quichot beschreven, een dolende ridder die door niemand serieus wordt genomen. Hij ziet windmolens aan voor reuzen die hij wil bestrijden, hij wordt voor gek werd verklaard. De schrijver Cervantes schrijft 10 jaar later deel 2 waarin hij DonQuichot speelt in een toneelspel. De metafoor van “de wereld is een schouwtoneel” wordt hier letterlijk waar. Daardoor lijkt de wereld vaak gekker te zijn dan Don Quichot zelf. (Deze korte samenvattting is deels van Wikipedia.)

Wat is er mis?
Persoonlijk heb ik me altijd een beetje verbonden gevoeld met Don Quichot. Regelmatig zeg ik tegen mensen “de wereld is gek geworden”. En bijna altijd beamen mijn gesprekspartners dat. Want wees eerlijk er klopt op veel fronten zaken niet. Een korte opsomming: De stook van biomassa wat vanuit de hele wereld wordt aangevoerd, hele bossen worden er voor gekapt? Of elektrische auto’s die eigenlijk lopen op steenkool (of op aardgas) want uiteindelijk wordt daarmee de stroom opgewekt. 15% was in 2022 duurzaam opgewekt. Het vaccineren van mensen onder de 60 jaar die geen enkel gevaar liepen. Boeren die minder mest mogen uitrijden vervolgens dit vervangen door kunstmest. Kunstmest waar veel aardgas voor nodig is om te maken.
Nog meer!
Ik kan nog wel even doorgaan: scholen die functioneel analfabeten opleveren. Steden die onbereikbaar worden gemaakt. Het spoor wat niet meer onderhouden kan worden omdat er geen goed opgeleide mensen meer zijn. Media waarin nog nauwelijks een afwijkende mening is te horen. En als die er wel is, gelijk er een stempel van extreem rechts op gedrukt wordt. Waar is gewoon rechts gebleven? Hoeveel academisch geschoolden moeten we nog hebben? Nederlandse universiteiten waar hordes buitenlandse studenten studies volgen. Ze krijgen vaak les in steenkolen engels gegeven worden door een Nederlandse docent. Jongeren die nog op hun 30e nog thuis wonen. 
Mijn droom
Ik ben nog echt niet uitputtend maar laat ik maar ophouden voor ik ook een stempeltje opgedrukt krijg. Ik droom van een wereld waarin gewerkt wordt aan vrede. Dat jongeren na hun 20e het huis uit kunnen en kinderen die praktisch zijn gewoon een vak leren door met hun handen te werken. Iemand die anders geaard is zich thuis voelt in onze maatschappij. Kinderen nog kind kunnen zijn en zich mogen ontpooien, zich niet hoeven te persen in een sjabloon die door de overheid is gemaakt. Ik droom van een overheid die ten dienste staat van de burger.
In gesprek
Aan het eind van de voorstelling roept Don Quichot: “Ben ik gek, als ik het leven zie zoals het zou kunnen zijn?”  Dat is me uit het hart gegrepen. Kijk je er anders tegenaan? Dat kan en mag natuurlijk! In dat geval wil ik graag met je in gesprek. Bijvoorbeeld een eind wandelen. Lees dan ook even mijn vorige blog en bekijk de video’s die daarbij horen.

De uitweg: Springen over de kloof

Slootje springen, kinderen hebben het vaak als hobby. Ik moet er aan denken als ik het begrip polarisatie hoor. In onze maatschappij is polarisatie geworden tot een kloof waar je bijna niet meer over kunt springen. Of het nu gaat over hegemonie van Amerika, Corona, Ukraine of Het Klimaat. De standpunten zijn soms zo uiteenlopend dat een gesprek niet meer mogelijk is.

Hoe moelijk dat is blijkt uit het gesprek tussen wetenschapsfilosoof Maarten Boudry en klinisch psycholoog Mattias Desmet bij “De Nieuwe Wereld” (zie hieronder). Beide heren zijn goed in hun vak maar op veel onderwerpen zijn ze het niet eens. Heel leerzaam voor een ieder die zo nu en dan roept dat de feiten toch duidelijk zijn. Na dit gesprek blijft er van feiten weinig over. Ontnuchterend hoe beide wetenschappers vragen zetten bij de uitkomsten van studies.

Wat wel erg mooi is om te zien hoe beide heren elkaar in de waarde willen laten. Toch is soms de ongeloof te bemerken van de een over de mening van de ander. Het is dat ze afgesproken hebben met elkaar in gesprek te blijven anders was het een kort gesprek geweest. Het maakt me duidelijk dat er een opdracht bij ons allen ligt om in gesprek te gaan met mensen met een afwijkende mening. Niet in debat maar in een gesprek. Niet om elkaar te overtuigen maar proberen te doorgronden wat de mening van de ander is en om erachter te komen waar die mening op is gestoeld.

Voor zover ik het na kan gaan is dat gesprek tussen deelnemers van de gepolariseerde partijen de enige uitweg die ons uit de misere helpt. Of misschien is een andere uitweg dat een van de meningen dominant wordt en verbod instelt voor het andere varhaal. Dan belanden we in een dictatuur. Maar dat is volgens mij geen goede oplossing. Ook niet als het dominante verhaal overeenstemt met mijn mening. (die trouwens niet heel uitgesproken is). Ik zag en las een interview met Peter Coleman de schrijver van het boek The Way Out. Mij uit het hart gegrepen. https://www.beyondintractability.org/mib-interviews/peter-coleman

De vraag is hoe organiseer je dat. In het gesprek vertelt Peter over het gesprek dat hij tijdens een wandeling had met zijn buurman. De buurman had een totaal ander beeld van de wereld. Mooi om te zien dat het wel kan, hoewel het erg moeilijk is. Net zoals het gesprek tussen Maarten en Matthias voor mij een lichtpuntje in een wereld die steeds verder uit elkaar drijft. Misschien goed kijken naar kinderen die over de sloot springen. Zij zullen moeten leren die gesprekken te voeren.

De heren werden het dus op veel punten niet eens en spraken af nog eens met elkaar in gesprek te gaan en intussen elkaar met onderzoeken elkaar te overtuigen.

Het tweede gesprek staat hieronder.

De ontwikkeling van Gemeenschappen in Landelijke Gebieden: Een Verhaal van Verbinding en Veerkracht

Het ontwikkelen van gemeenschappen in landelijke gebieden is een fascinerend proces dat diep geworteld is in de geschiedenis en cultuur van ons land. Het is een verhaal van veerkracht, samenwerking en innovatie dat zich blijft ontvouwen te midden van veranderende tijden en uitdagingen. Wat mij betreft een hoopvol gegeven.

In het hart van elk landelijk gebied liggen de gemeenschappen die het weefsel vormen van het sociale landschap. Deze gemeenschappen zijn vaak gebouwd op een fundament van gedeelde waarden, tradities en een sterke verbondenheid met het land. Maar net als de natuur zelf, zijn ook deze gemeenschappen onderhevig aan verandering en evolutie.

Een van de opvallendste trends in de ontwikkeling van landelijke gemeenschappen is de toenemende diversiteit. Vroeger waren homogene dorpsgemeenschappen de norm. Nu zien we nu een groeiende mix van mensen uit verschillende achtergronden en levensstijlen die zich in landelijke gebieden vestigen. Deze diversiteit brengt nieuwe perspectieven en ideeën met zich mee, en verrijkt het sociale weefsel van landelijke gemeenschappen.

Een ander belangrijk aspect van de ontwikkeling van landelijke gemeenschappen is de rol van technologie. Hoewel landelijke gebieden vaak worden geassocieerd met rust en traditie. Ze zijn ook steeds meer verbonden met de bredere wereld door middel van technologische vooruitgang. Internetverbindingen, mobiele communicatie en e-commerce hebben het mogelijk gemaakt voor mensen in landelijke gebieden om te profiteren van de voordelen van de digitale revolutie, zoals thuiswerken, online onderwijs en toegang tot wereldwijde markten.

Tegelijkertijd brengt deze toenemende verbondenheid ook uitdagingen met zich mee, zoals de dreiging van sociale isolatie en het verlies van traditionele ambachten en vaardigheden. Het is belangrijk voor landelijke gemeenschappen om een evenwicht te vinden tussen het omarmen van nieuwe technologieën en het behoud van de unieke cultuur en identiteit die hen maken.

Ten slotte is er de voortdurende uitdaging van economische ontwikkeling. Hoewel landelijke gebieden vaak worden geassocieerd met landbouw en traditionele ambachten, zijn ze ook steeds meer afhankelijk van andere sectoren, zoals toerisme, dienstverlening en technologie. Het is belangrijk voor landelijke gemeenschappen om een divers en veerkrachtig economisch ecosysteem te ontwikkelen dat hen in staat stelt om te gedijen te midden van veranderende economische omstandigheden.

Al met al is de ontwikkeling van landelijke gemeenschappen een dynamisch en complex proces. Het wordt gekenmerkt door een mix van traditie en innovatie, continuïteit en verandering. Terwijl deze gemeenschappen zich blijven aanpassen aan nieuwe uitdagingen en mogelijkheden. Het is essentieel dat ze vasthouden aan de kernwaarden die hen definiëren. Verbinden, gemeenschapszin, veerkracht en een diepgewortelde liefde voor het land.

 

 

 

Onwetendschap, het failliet van de wetenschap

Zelf heb ik nooit gestudeerd dus met enige schroom tik ik deze blog. Maar het moet er maar eens van komen. Ik ben wel een beetje klaar met de uitdrukking “het is wetenschappelijk bewezen”. Dan bedoel ik niet de exacte wetenschap maar vooral over klimaat-, economie-, corona / gezondheids wetenschap enz. Daar wordt gewerkt met modellen, statistieken, vaak aannames en men bouwt daar vaak op voort.

Ik zag een interview met Trudy Dehue bij De Andere Wereld over zwangerschap. Daarin zit een mooi stuk over normatieve definities en de classificaties die er bij horen. Mooi uitgelegd. Wetenschap wordt gebouwd op normatieve definities met daarna clacificaties. Vervolgens worden dat feiten waarop de wetenschap wordt gebaseerd. Vaak wordt geschermd met dat is wetenschappelijk bewezen. Dan hoort er dan wel bij welke definities gehanteerd zijn. Anders staat die bewering op los zand. 

Dat gevoel kreeg ik erg bij het interview met Tijs van de Brink Hij is op zoek of hij in coronatijd wel goed had gehandeld. Keer op keer noemt hij de wetenschap waarop hij vertrouwd.   Of hij in de coronatijd wel goed had gehandeld, tenenkrommend. Het staat bol van de aannames en de zelfreflectie is bij hem ver te zoeken. Volgens mij moet de wetenschap zelf kritisch staan tegenover de bewering die zo vaak wordt gebruikt. Want iedere wetenschapper  zou kritisch moeten staan tegenover de bewering “is wetenschappelijk bewezen”. Hieronder staat het gesprek met Tijs op Blackbox.

In dat opzicht is wetenschap een nieuwe religie geworden. Er mag niet aan getwijfeld worden en heel vaak worden andere meningen weggezet onder het mom van complot of nepnieuws. Juist een wetenschapper zou nieuwsgierig moeten zijn. Dan  kom je ook bij de uitdrukking: “hoe meer we weten hoe meer het besef komt dat er veel meer is dat we niet weten¨. Misschien is de term wetenschap niet correct en zou het “onwetendschap” moeten heten, op zoek naar hoe het mogelijk zit.

Mijn corona ervaring.

Het klopt, ik was in coronatijd en erna minder zichtbaar. Omdat ik me niet echt open durfde te uiten. Langzamerhand moet ik kleur bekennen. Dat moet van mezelf want ergens is er een misdaad begaan tegen ons. We hebben ons van elkaar laten isoleren. Van geen handen schudden tot de 1,5 meter. Geen bezoek ontvangen met als dramatisch dieptepunt ouderen die in alle eenzaamheid overleden. De 1,5 meter is nog overal te zien. Ik heb de neiging al die stickers te verwijderen.

Er is oversterfte. Alleen al die isolatie heeft waarschijnlijk ook veel slachtoffers geëist. De angst die in de maatschappij is gepompt is gigantisch en is nog steeds voelbaar. Ook angst levert stress op. Stress is soms nodig om te kunnen presteren maar dag in dag uit stress ervaren is niet gezond. Een mens is een sociaal dier, mensen die veel socuiale contacten hebben leven langer.

Natuurlijk is een dreiging van een pandemie iets waar je je op moet voorbereiden. Toen corona uitbrak had de angst ook mij te pakken. Maar de beelden die ik zag van Marc van Ramst die tijdens een presentatie op 22 januari 2019 stond te lachen om mensen vooral bang te maken. En ik herkende de aanpak die hij al ruim voor de uitbraak presenteerde. Ergens ontstond toen bij de twijfel. De presentatie is nog steeds te zien via https://www.youtube.com/watch?v=5ANOVSjDUd4

Ik begrijp dat als je echt mensen wil doordringen van de ernst van de zaak het zwaarder aan moet zetten. Maar toen ik die presentatie eenmaal had gezien zag ik allerlei zaken die niet klopten. Er over te praten bleek bijna onmogelijk. Het was topsport om het er over te hebben, ik moest voorzichtig mijn mening brengen. In veel gevallen stopte het gesprek vrij snel omdat men het niet over wilde hebben. Men geloofde alles wat via Main stream media werd verkondigd.

Ik heb veel steun gevonden in de alternatieve media. Daar hoorde ik een ander geluid veel genuanceerdere. Vooral de Nieuwe Wereld was me vaak tot steun. Gisteren was aflevering # 1387 met Carine Knapen over Corona en eerlijk…. Mij uit het hart gegrepen absoluut kijken! Ik hoor graag de reacties.

 

Wat is er met de wereld aan de hand?

Sankofa

Na een jaar van stilte op mijn blog pak ik de draad weer op. Alle redenen om mijn gedachten de wereld in te slingeren. Niet omdat ik het allemaal zo goed weet, juist niet. Maar omdat veel mensen met vragen zitten. Ik dus ook. Hoog tijd ze te delen.

Directe aanleiding is het lied van Oliver Anthony. https://youtu.be/sqSA-SY5Hro?si=vx4tOeShgSoZ_k8N Het leven in een nieuwe wereld met een oude ziel. Over rijke mensen die alles van je willen weten: weten wat je denkt weten wat je doet. Je hebt je ziel verkocht aan ze, iedere dag werken voor een waardeloos loon. Wat is er met de wereld gebeurd? Het is een schande volgens de song.

Nu is de wereld compleet veranderd. Links en rechts bestaat niet meer echt. Er is een groeiende kloof tussen mensen die zorgeloos leven en mensen die niet meer rond kunnen komen. Tussen de praktisch geschoolden en de theoretisch geschoolden. Tussen stad en platteland. Misschien is het verschil tussen conservatief en progressief nog wel redelijk te herkennen. Conservatief in mijn defenitie gaat over wat was en koesteren het. Progressief wil kappen met het verleden. Verafschuwt het zelfs. 

In mijn ogen verklaart dat ook de excuses voor slavernij, zwarte Piet verbannen en het verketteren van vroegere helden. Bijna ontkennen van de geschiedenis. Ooit stond ik op het strand in Benin waar slaven werden verscheept. De inwoners schaamden zich voor wat er ooit gebeurd was want het waren inwoners van Benin die de slaven leverden. In mijn ogen niet iets voor te schamen je kunt niet verantwoordelijk worden gehouden voor wat voorouders hebben gedaan.    

Juist progressieven willen een betere wereld, vrijheid en gelijkheid. Miks mis mee natuurlijk. Aandacht voor mensen die lijden onder wie ze zijn, of willen zijn, is in mijn ogen een groot goed. Het schiet zijn doel voorbij zodra het opgedrongen wordt, het overmatig veel aandacht krijgt.  

Conservatieven zien met lede ogen aan hoe waarden die ze hoog hebben aan het verdwijnen zijn. Gemeenschapszin, kleinschaligheid en het omkijken naar elkaar. Ook dat kan doorschieten als het opgedrongen wordt. Mantelzorg is mooi maar niet altijd.  

Ooit in 2014 schreef ik in mijn blog over Sankofa. Een prachtig symbool van een vogel die terugkijkt en het verleden als een ei meeneemt naar de toekomst. Het woord Sankofa (woord komt uit een oude afrikaanse taal: Andrinka stam/Ghana ) is opgebouwd uit drie delen: San (keer terug),  ko (ga) en fa (kijk, zoek en neem).

En hier Oliver Anthony die verwoord wat er onder een groot deel van de wereld leeft.

t Het nog nooit zo donker west…

Mijn blog ontstaat vaak door toevalligheden, voorvallen die iets gemeen hebben. Ook nu zetten 3 dingen me aan te schrijven. Het gesprek met een dorpsgenoot en het interview met Geert Mak op Lowlands. Een dorpsgenoot vertelde me op een verjaardagsfeest dat hij zich zorgen maakt en niet een beetje ook. Zorgen wat er allemaal speelt in de wereld: “het gaat op de kop verkeerd”.  Vanmorgen hoorde ik het gesprek van Geert Mak op Lowlands “Het is de laatste normale zomer die we meemaken”, het doet hem denken aan 1914 en 1939. 

De radio stond aan en de Groningse Troubadour Ede Staal zong: t Het nog nooit zo donker west, of  het werd altied wel weer licht. Een hoopvolle boodschap in donkere tijden want dat zijn het. De naweeën van Corona waar mensen eenzaam gestorven zijn en kinderen 2 jaar van hun leven anders zagen ingevuld dan een zorgeloze jeugd. Natuurlijk ook mensen die erg ziek zijn geweest of overleden, erg, maar dat zat in mijn omgeving op het niveau van een stevige griep. Oekraïne, toeslagen affaire en bodemdaling. Het gedoe rond klimaat, natuur en boeren. Als boerenzoon vind ik daar wat van. Maar wat echt ons gaat raken is de energiecrisis en de economie die klem loopt. 

Ik kan me vinden in de opmerking van Geert Mak. Het is een warme zomer maar redelijk zorgeloos. Veel mensen schuiven het nog even voor zich uit. De regering neemt het voorbeeld en gaat gewoon op vakantie. Onvoorstelbaar. Terwijl het broeit. Mijn dorpsgenoot is niet de enige die zich zorgen maakt. Veel mensen maken zich op voor slechtere tijden. Ik geloof niet echt meer in dat de regering het beste met iedereen voor heeft. Want Ter Apel moet een eitje zijn voor een overheid die nog steeds miljarden kan besteden. Het zijn keuzes die bewust niet gemaakt worden. Mijn dorpsgenoot was zichtbaar kwaad.

Ik ben niet van de uitersten maar bij de rest van het betoog van Geert Mak voel ik me wel ongemakkelijk. De lofzang over de held Zelenski, in mijn ogen is het een acteur die rondloopt in een groen shirt en die westerse politici bespeelt. De lofzang op het dappere Oekraïense volk is wat mij betreft wel wat overdreven. Alles wat ik gezien heb van dat land sinds 2014 was niet echt fraai. We horen nu alleen maar wat we mogen horen. Berichten worden verwijderd, sites geblokkeerd. Soms tref ik een stuk (in dit geval van Jan Bennink) buiten al het gefilterde om. Van iemand die al heel lang roept dat het niet klopt en vaak gelijk kreeg. Zijn account is opgeschort op twitter. Een geluid dat wat mij betreft ook gehoord mag worden. 

t Het nog nooit zo donker west, Of ’t wer altied wel weer licht

Nederland als heilstaat?

Langzamerhand is ons land terecht gekomen in een staat van oorlog. Misschien wat zwaar benoemd maar er is een grote kloof ontstaan die met de dag groter wordt. Waar er eerst nog demonstraties waren in Amsterdam en Den Haag, trucker optochten door het land, zijn nu de boeren in actie. Als boerenzoon laat het me niet onberoerd.

We zijn net terug van vakantie. We waren een weekje in de voormalige DDR en dan in het gebied boven Berlijn. Bijna geen Nederlanders gezien. Prachtige natuur en oneindige landerijen. Ergens las ik over de DDR: Boeren hadden eindelijk regelmatige werktijden, ze konden met vakantie, een opleiding volgen, zich cultureel ontplooien en wat al niet meer. Verzwegen werd dat veel boeren gevlucht waren, zelfmoord hadden gepleegd, of met zwaar juridisch geschut gedwongen waren hun boedel in een Landwirtschaftliche Produktions Genossenschaft te stoppen.

Overal in het landelijk gebied zijn nog woonkazernes te vinden, 3 of 4 verdiepingen hoog. Steeds komt bij mij het beeld boven van hoogbouw bij ons in de steden. De nieuwste richtlijn is zonder garage of parkeerruimte. Het lijkt erop dat we aankoersen wat 76 jaar geleden in de sovjetunie ook opgezet werd. Ooit waren mijn ouders (boer) 45 jaar geleden op studiereis naar Roemenië. Zij beschreven toen ook grote staatsboerderijen en ontvolkt landelijk gebied. 15 jaar geleden was ik in Clutch en zag wat zij beschreven.

Als zoon van een keuterboer zie ik met lede ogen de schaalvergroting aan. Zwaar onder invloed van de industrie, voerleveranciers en zuivel giganten maar ook de overheid door voorlichtingsdiensten zijn keuterboerderijen de nek omgedraaid. Groot, groter, grootst. Ook de banken hebben daar hard aan mee gedaan. Iedereen is het er wel over eens dat biologische producten voedzamer en smaakvoller zijn. Maar het wordt niet gestimuleerd.

Er is duidelijk een partijlijn te zien. Het partijprogramma is vastgelegd in de SDG (Sustainable development Goals). 17 doelen waar niemand tegen kan zijn: bijvoorbeeld: Honger de wereld uit, geen armoe en onderwijs voor iedereen. En dat voor 2030. Geweldig daar kan je toch niet tegen zijn? Nou eh, tja niet tegen maar onder het mom van die SGD gebeuren wel heel rare dingen. En dat benoemen is bijna onmogelijk. Je bent gelijk extreem rechts, wappie of bruinhemd. Daar krijg ik spontaan bovenin kortsluiting van. Buinhemden waren juist voorvechters van de heilstaat. We waren op vakantie op Rügen en zagen daar het hotel Prora aan de Oostzee met 10.000 kamers. Opgezet door Hitler omdat de harde werkers ook een goede vakantie verdienden.

Het partijkader zorgde goed voor zichzelf. De parallel naar de huidige tijd is makkelijk te maken. Mondkapjes dragen is niet voor wereldleiders nou ja soms als ze voor de camera verschijnen. Minder vliegen goed voor het milieu maar dat geldt niet voor ministers. Gezondheid en virusbestrijding is belangrijk maar uitbreiding van de IC’s is onmogelijk en investeren in een gezonde levensstijl al helemaal.

Het is belangrijk dat je erbij wilt horen. Dat uit je door een spuit, EU vlag of de geel blauwe vlag in je profiel. Dan hoor je er bij. Maar hoe zit het eigenlijk in de Ukraine? Ik zag een reportage uit 2016 dat in het oosten van dat land landgenoten elkaar het leven onmogelijk maakten. Vooral de overheid hield er aardig huis. We hebben daar als “vrije westen” aardig zitten stoken. Tenminste als ik die reportage mag geloven. (Pasop: Youtube geeft aan dat de inhoud mogelijk ongepast is)

Maar wat is waar? Dat Rusland zomaar is binnengevallen geloof ik niet maar tja Russia Today is voor ons niet meer te zien. Arme Russen ze krijgen maar één verhaal te horen. Gelukkig krijgen wij wel alles te horen Nou ja behalve dan Russia today en andere zenders die het verkeerde verhaal vertellen. Als ik alles zo op een rij zet zijn we aardig een Heilstaat aan het worden. Daar komt vaak weinig goeds van. Op de terugweg zijn we langs gegaan in Bergen Belsen. Het was een “leuke” vakantie.

Corona Ophokplicht

Lang geleden dat ik een blog schreef. Door drukte. Maar ook omdat, in een tijd waar alles op zijn kop staat, mijn mening niet veel toevoegt. Maar langzamerhand wil ik hier wel mijn mening en constateringen geven want zwijgen is geen optie.

Vooropgesteld: er is Corona. Er worden mensen ziek, erg ziek en er sterven mensen aan Corona. De Overheid doet van alles om dat te voorkomen. Zo erg hun best dat ze de grote lijnen kwijt zijn. Vaccins helpen. Maar de belofte dat vaccins ons uit de ellende helpen was een sprookje. Corona blijft onder ons. Niets nieuws want ook de griep, dementie, hart/vaatziekten en kanker blijven onder ons. Daar moet een nieuwe balans in komen.

Alles is intensief

Onze maatschappij is inmiddels verworden tot een bedrijfs achtige omgeving waar managers het voor het zeggen hebben. Managers die geschoold zijn in het sturen op cijfers. De administratie is heilig en cijfers liegen niet. Klopt maar hoe die cijfers tot stand komen is wel een punt, evenals definities. Een positief getest iemand is nog geen Covid patiënt of besmettelijk. Een Covid gestorvene is gestorven met Corona maar niet altijd aan Corona. Griep komt in de statistieken van sterfgevallen niet meer voor. In 2018 stierven er nog 2900 (inschatting RIVM) aan. Dat kan toch niet!?

We moeten Covid accepteren als iets waar mensen aan doodgaan. De ziekte kan je niet wegnemen door massaal te vaccineren. Het houdt voornamelijk huis onder ouderen. De gemiddelde Corona dode is 79 voor mannen en 83 voor vrouwen. Precies de gemiddelde levensverwachting van de Nederlander. Oftewel het overgrote deel zit in de aller-, allerlaatste levensfase. Kinderen houden er daartegenover vaak nagenoeg niets aan over. En natuurlijk zijn er slachtoffers op jongere leeftijd. Maar wat is de conditie van die mensen, we horen alleen de uitzonderingen. Alles zou er op gericht moeten zijn de ziekte te verlichten. Maar de middelen die over de hele wereld daarvoor worden gebruikt en geadviseerd, zijn in Nederland verboden.

Ophokken

Eigenlijk worden we behandeld net als een uitbraak in de intensieve veehouderij: Ophokken. En een vervoersverbod in de omgeving van de besmetting. Ik woon zelf ook in een gebied waar een vervoersverbod geldt in verband met de vogelgriep. Net zoals geen vluchten uit Zuid-Afrika meer op Schiphol vliegen. De borden in mijn omgeving geven meestal een alternatieve rijroute voor veeauto’s om een andere route te nemen. Met Covid hebben we die luxe niet het is overal. 

En laten we wel zijn we leven in de tijd van de intensieve menshouderij. Veel mensen leveren een productie voor grote bedrijven. Scholen zijn leerfabrieken waar besmettingen welig tieren. Verzorgingstehuizen zijn ook bergingen voor mensen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Niets ten nadele van de verzorgenden die hun uiterste best doen om het leven aangenaam te maken. Het zijn bij elkaar veel mensen bij  die een gemakkelijk prooi zijn voor de virus. Ik las ergens dat de gemiddelde verblijfsduur in een verzorgingstehuis 7 maand is. Een Corona uitbraak in een verzorgingstehuis leidt vaak tot een ramp. Zeker voor de nabestaanden. Het gaat over wel mensen die gemiddeld geen jaar meer geleefd hadden. 

Anders denken en handelen

Tijd om anders naar de materie te kijken. Veel van de richtlijnen zijn logisch. Ben je ziek: steek anderen niet aan. Ga je naar kwetsbare mensen wees een beetje voorzichtig. Maar gebruik je gezond verstand. Een laatste Sinterklaas vieren met de kleinkinderen. Dat laat je je toch niet ontnemen? Dat is een harde boodschap. Voor veel ouderen is contact met kleinkinderen een echt hoogtepunt. En kinderen hebben niets te vrezen van het virus.

Ooit las ik dat het merendeel van de mensen het liefst sterft in de eigen omgeving met de dierbaren om zich heen. Ik denk dat dat nog steeds een diepe wens is van mensen. Maar sterven mag blijkbaar niet meer. Live life to the Max(imum lenght) dat is niet wat ik begeer. De laatste uren, dagen of weken van een mensenleven zijn vaak niet glorieus. Soms heb je het geluk opeens om te vallen. Heel erg voor de nabestaanden weet ik uit ervaring. Voor de persoon zelf een zegen. Het zou mooi zijn afscheid te kunnen nemen in een vertrouwde omgeving. Maar vaak is het een lijdensweg in een vreemde omgeving tussen vreemden.  Kunnen we daar eens gewoon over hebben?

Angst regeert

Als iets deze tijd kenmerkt is het angst. Angst om corona te krijgen, angst om dood te gaan aan Corona, angst voor vaccinatie of juist  angst voor de bijwerkingen van de vaccinatie. Angst om voor anderen uitgemaakt te worden voor wappie of juist voor schaap. 

Hoe ik er echt tegenaan kijk? Tja op het gevaar een Wappie genoemd te worden (wat ik trouwens helemaal niet erg vind): ik geloof het niet zo wat onze overheid verteld. Niet dat er een groter plan is. Maar het is vooral politiek en erg bang om stemmen te verliezen. Niet al te woeste zaken doen. Halfslachtige maatregelen.  En eigenlijk zit dit in onze hele maatschappij. Bang om stelling te nemen. Ik kreeg op twitter een reactie onder ogen van iemand die ik normaal gesproken goed kan volgen qua mening. Strekking dat vaccineren verplicht gesteld moet worden. Ik reageerde er op dat de IFR ( het percentage van mensen die geïnfecteerd zijn en dan komen te overlijden) gelijk staat aan een zware griep. Vervolgens regeerder hij met “Beter Blo Jan dan Do Jan”. Een uitdrukking dat je liever laf bent en meeloopt dan dood te gaan. 

Dit is denk ik bij heel veel mensen aan de hand. Meelopen met mainstream. De media doet er aan mee en zeker ook onze regering. Er is angst en de mensen die verstand hebben van virussen komen dagelijks vertellen dat het nog niet over is. Begrijp me goed ik ben geen virus ontkenner en als je het hebt kan het vervelend zijn, je kunt er aan doodgaan. Maar de cijfers vertellen ook dat het als je besmet bent,  de kans om er aan dood te gaan gelijk is aan ongeveer 2,5 op de 1000. Let wel inclusief ouderen en mensen met onderliggend lijden. Vergelijkbaar met een zware griepgolf. Vertaal je dat naar India dan kom je uit op 3,25 miljoen doden. 4000 overlijdensgevallen per dag is veel maar dus aardig volgens verwachting. Begrijp me goed, allemaal erg maar het is in lijn met wat we in Nederland meemaken. 

Alles is erop gericht om mensen bang te maken en te houden. Het mondkapje als ultieme bewijs van goed gedrag. Je moet wel ontzettend stevig in je schoenen staan om je daaraan niet te houden. Trouwens iedereen die werkt in de openbare ruimte moet er op toezien dat je je er aan houdt. Die doen ook maar wat hun opgedragen is. De uitdrukking “Beter Blo Jan dan Do Jan” was denk ik ook in de 2e wereld oorlog van toepassing. Nederland liep in de pas met de duitsers, niet iedereen was NSB-er maar ook zeker niet iedereen zat in het verzet. Kooten en de Bie staken daar eens de draad ermee “wo ist der Bahnhof” en dan de duitsers de verkeerde kant op sturen als ultieme verzetsdaad.

In dat licht is het bijzonder dat mensen meelopen en juist de verdediger zijn van overheidsbeleid het hardst roepen dat mensen die tegen het overheidsbeleid zijn bruinhemden zijn.  Maar misschien kan je me niet volgen ook goed… ieders eigen. 🙂 Ik hoop dat ik recht heb op mijn eigen mening en die is niet mainstream. Toch een beetje Do Jan?

Verstrengeld

Het is een complexe wereld. Verkiezingen, terwijl ons land in crisis is. En dan heb ik het niet alleen over Corona want dat speelt over de hele wereld. Nee, de politiek is niet meer te vertrouwen! De toeslagen affaire en het aardgas dossier laat zien dat mensen die aan de verkeerde kant van de streep komen reddeloos verloren zijn. Jongeren die  op zoek zijn naar woonruimte moeten thuis blijven wonen of op een armetierig studentenkamer. Degene die mee kunnen in de ratrace hebben dit probleem minder maar ook die zitten met een complexe wereld.

 

Even wat waarnemingen:
  • We worden alsmaar ouder en zelfs op die hoge leeftijd moet er nog alles uit de kast gehaald worden om een leven te rekken.   En in die poging is niet de angst voor een hoge sterfte maar de angst dat onze zorg het niet aan kan. Ik hoorde van een kennis dat ze met een hoogbejaarde zwaar demente vrouw de vaccinatie prik moest halen. Waar zijn we mee bezig? 
  • Het krijgen van een lening voor een hypotheek vraagt 3 jaar een stabiel inkomen. Niks te maken met eigen vermogen of perspectief op inkomen. Het gaat om het huidig inkomen. Want stel je voor dat je de hypotheek niet meer kan opbrengen? Volgens mij was daarvoor het huis juist onderpand.  Maar daar gaat het al lang niet meer om. We hebben een paar jaar geleden ons huis voorgeschoten vanuit een oudedagsvoorziening. Een lening met een last van € 400,- konden we niet krijgen want dat zouden we niet kunnen opbrengen terwijl we daarvoor al een paar jaar voor € 900,- hadden gehuurd. Het is ons 3 jaar geleden gelukt maar dat lukt nu niet meer. 
  • In de politiek gaat het niet om samenwerking maar om uitsluiting door coalitievorming. Wie doet het met wie. En binnen die coalitie krijgt de grootste partij haar zin. Zo kan het gebeuren dat een partij met 30% van de stemmen de dienst uitmaakt. En die partij wordt verweten van een doctrine dat is er echt iets in ons land aan de hand.
  • We hebben een veel te grote veestapel. Intensieve veehouderij in megastallen, grond dat door gigantisch zwaar materieel wordt samengedrukt tot een betonplaat waar geen leven of micro organismes meer in leven. Terwijl organisch verbouwd voedsel meer smaak heeft en ook gezonder is. Maar biologisch boeren is bijna onmogelijk.
  • Het MKB wordt doodgedrukt door wereldwijde spelers. Er moet nog steeds meer on-line. Terwijl bedrijven als Amazon, AirBnB, Uber de winst afromen. Je kunt een rol spelen in deze gekkigheid maar algoritmes zorgen er voor dat je er net van kan leven. 
  • Energie… vul maar aan: met subsidies worden megaturbines neergezet die vervolgens energie leveren aan datacenters van wereldspelers. Omwonenden zitten opgescheept met de ellende.
Ondertussen op wereldniveau

Deze zaken staan niet allemaal los van elkaar. Eens per jaar komen de wereldleiders bij elkaar in Davos. Daar is een programma opgestart The Great Reset. Gelukkig communiceren ze er wel over. Claus Swab heeft er een boek over geschreven. Wikipedia schrijft erover Men wil mondiaal een nieuwe economische en politieke orde inrichten, om welvaart en inkomen te verdelen wat moet zorgen voor minder sociale ongelijkheid Daarbij voorziet het WEF een toekomstig scenario zonder bezit van eigendom met de slogan: “Ik bezit niets, heb geen privacy en het leven is nog nooit zo goed geweest.

Wat het met mij doet?

Gezonde twijfel! Want wie zijn lid van het WEF? Facebook, Microsoft, Google, KPMG, KPN, Unilever (Rutte) , McKinsey (Hoekstra), Uber en nog een hele lange lijst. Bij deze bedrijven schuiven ook politiek leiders aan. Sigrid Kaag zit in de agenda commissie. Op zich zijn die banden er al langer, maar hier worden plannen gesmeed. Die plannen staan gewoon in een boek. Zonder al te veel er over uit te willen wijden…. op de partnerlijst kom ik ook tegen: Bayer (je weet wel het bedrijf waar Monsanto is opgegaan) maar dan wordt het echt boeiend AstraZeneca, Pfizer, Moderna en Johnson & Johnson. Uit deze dodelijke verstrengeling is maar op een manier uit te komen. Terug naar lokaal. Ik heb mijn vertrouwen verloren in veel zaken. Ik geloof niet dat het goed komt met de corona aanpak, het klimaat, de gezondheidszorg, ons voedsel en nog veel meer. Alles is met alles verstrengeld, politiek, bedrijfsleven, zorg, overheid en onderwijs.  

 

Ok mijn eerste stap het boek Great reset lezen, vervolgens stemmen en dan niet op een partij van de coalitie. Einstein had een mooi gezegde: “Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt”. Welke partij wel? Dat weet ik nog niet. Woensdag wel. Vervolgens actief zijn in mijn eigen omgeving: lokaal. 

 

Over politiek, corona en sterven.

Politiek, ik heb er altijd weinig over geblogd. Gisteren kreeg ik plompverloren de vraag: Jan waar stem jij op?  Daar ben ik nog niet helemaal uit. Ik was in het begin fan van Thierry omdat hij het partij kartel ter discussie stelde. Daar kan ik me helemaal in vinden. Het stuit mij al jaren tegen de borst dat via coalities andere partijen uitgesloten worden In het bedrijfsleven is kartelvorming strafbaar. Maar tja wat er ondertussen van forum is geworden stemt mij niet blij.

Even nagekeken hoe partijen de afgelopen tijd hebben gestemd, volgens mij heb je daar meer aan dan wat ze beloven. Daar zie je dat de coalitie eensgezind optrekt. Met zo’n houding komt er nooit een verandering. Ik zag een tweet van Jan Rotmans en ik ben  het hartgrondig met hem eens. Als we ons zorgen maken over de toekomst van onze planeet en ons mensen, dan is er maar één partij die daar duidelijk in is. PvdD Ik denk er sterk over daarop te stemmen.

Ergens hebben we door met name VVD en CDA in het verleden een verkeerde afslag genomen. Het heilige geloof in de vrije markt en dat dat goed zou zijn. In financieel opzicht klopt dat, tenminste als je aan de goede kant zit. Alles is super efficiënt. Openbaar vervoer rijdt op de minuut nauwkeurig, tenminste daar waar ze rijden. De zorg is redelijk goedkoop maar Corona toont het failliet aan. Eigenlijk is het een schande dat we gelijk bij wat tegenslag patiënten naar Duitsland moesten verplaatsen. Onderwijs heb ik niet veel zicht op maar ik merk wel dat er een overbevolking is van studies als MER en MBA. Hoe de je wereld met cijfers kan besturen. Hoe dat sturen op cijfers soms belachelijk is zien we nu met de corona aanpak. Terwijl om vaklieden wordt geschreeuwd.

Corona
En nu hebben we dus corona. Jarenlang waren we bang voor een pandemie. Nu is het maar een milde en we waren toch niet voorbereid. Dat is misschien geen schande want we staan daar als Nederland niet alleen mee te stuntelen. Wat wel triest is dat de balans compleet zoek is. Ja er sterven mensen. Maar zoals mijn nicht (uitvaartverzorgster) me vertelde: ze heeft best veel uitvaarten verzorgt waar Corona een rol speelde. Alleen de persoon was gestorven met Corona en niet aan Corona. Een vriendin is manager in een verpleeghuis. Daar hetzelfde geluid. Ja er sterven ook ogenschijnlijk gezonde mensen aan Corona en de naweeën zijn soms heftig. Maar iedere dag gebeuren er ongelukken en komen mensen in de lappenmand. 

Sterven
Ik hoop dat we de balans weer kunnen vinden. Dat we met elkaar leren dat de dood bij het leven hoort. Dat we jongeren de ruimte geven en dat we als ouderen leren met de dood om te gaan. Dat we niet ten koste van alles aan het leven hangen. Het afscheid komt nu eenmaal. Mijn vader werd 49. Ik zit voor mijn gevoel al lang in reservetijd. Ik wil best nog wel een poos door maar genoeg is genoeg. Op is op. Zo gezien is Corona niet anders dan in de auto stappen. Je kan aangereden worden of iemand aanrijden, voorzichtig zijn dus. Maar het hoort bij het leven. Vorig jaar is onze buurvrouw gestorven. Ze was ongeveer net zo oud als ik. Ze was ziek maar wilde thuis sterven en zo gebeurde dat ook. Best iets om over na te denken. Wil je koste wat kost doorleven of geef je de beurt aan een ander. Ik gun het de jongere generaties dat de ouderen wat plaats gaan maken.

Serieus nemen

Ondertussen een poosje geleden dat ik een blog schreef. Dit wordt de eerste van het jaar. In corona tijd is er voldoende om over te schrijven iedere dag is dat wel iets waar ik op zou willen reageren. Mijn mening is er ook maar één die weinig toevoegt aan al de uitingen die voorbij komen. Of er een groot plan is geloof ik niet echt. Ik kan me wel voorstellen dat er zoiets zou kunnen zijn. Ooit in het verleden zijn er oorlogen gevoerd die gebaseerd waren op verzinsels. Dan hoeven we niet een zo heel ver terug in de tijd. Ik stoor me wel aan mensen die Wappies wegzetten. Neem ze in vredesnaam serieus en je hoeft niet hun standpunt te delen.

 

Over serieus nemen gesproken. Langzamerhand neem ik onze overheid niet echt meer serieus. De maatregelen buitelen over elkaar heen en hebben langzamerhand een achterlijk niveau. In een officiële mededeling valt te lezen dat we alleen sneeuwballen mogen gooien binnen een gezin.  Dat iemand dat serieus kan schrijven op de site van de overheid. Tegelijkertijd zie je de politie op de Dam in Amsterdam in een sneeuwballengevecht met omstanders. Prachtig dat dit kan, het geeft ook gelijk het belachelijke van sommige overheidsregels weer.

 

Ik heb van veel dingen geen verstand maar ooit was ik hoofd beveiliging. En weet uit die tijd hoe lastig het is om maatregelen te nemen die aansluiten bij de belevingswereld van mensen. Alleen dan werken regels. Iedere week wachtwoorden wisselen die bestaan uit 12 karakters met speciale tekens gaat niet werken mensen gaan het opschrijven. Ik heb het meegemaakt dat de wachtwoorden onderaan het toetsenbord zaten geplakt. Maar omgekeerd regels verzinnen die een kleuter begrijpt, helpen ook niet. Haal de sleutels uit het slot of log de computer uit zijn zulke onbenullige regels. Dat begrijpt iedereen.

Prettige winter solstice (zonnewende)

Op 21 december is het zonnewende. De wereld verandert van beweging. Wat een mooie symboliek. We krijgen vanaf nu iedere dag een beetje meer licht, de donkere periode ligt achter ons. In meerdere opzichten. In Buitenhof zag ik het gesprek met Pieter Omzicht en Renske Leijten over de toeslagen affaire. Dit kan toch niet zonder gevolg blijven? We leven toch niet in een bananenrepubliek?

Als de toeslagenaffaire het enig was kon ik er nog wel mee leven maar ons land staat bol van dit soort misstanden. De grootste partij van ons land grossiert in de misstanden. Blijkbaar leven we in een land waar het het normaal is de kluit te belazeren, het met de waarheid niet te nauw te nemen. En er nog trots op te zijn ook.

De lijsttrekker is fan van een scene uit Sesamstraat waarin Ernie twee stukken taart heeft en de kleinste aan Bert geeft. Volgens Rutte “een echte liberale VVD-clip”. In het verhaaltje protesteert Bert tegen het feit dat Ernie zichzelf het grootste stuk taart heeft gegeven. Als hij twee stukken taart had gehad dan had hij zichzelf het kleinste stuk gegeven, zegt Bert. Rutte: “Waarop Ernie zegt ‘je hebt nu toch ook het kleinste stuk en ik het grootste, dus het is precies hoe jij het wilt’. Zulke gesprekken heb ik ook vaak met de PvdA.” Sluw, een echte VVD streek. 

Diensten die er eigenlijk voor zijn ten dienste van de maatschappij zijn verworden tot geldmachines. Het openbaar vervoer is een stuk efficiënter geworden maar tegelijk zijn heel veel dorpen verstoken van openbaar vervoer. 

Diensten zijn doorgeschoven naar lagere overheden maar zonder voldoende geld er bij te leveren. Mark(t)werking? Ik kan het woord niet meer horen. Alles wordt afgemeten aan geld en dan zo efficiënt mogelijk. Al 2 generaties lang worden toekomstig leiders geschoold in het leidinggeven op basis van cijfers. Een master halen in “zakelijke administratie” of Management Economie en Recht. De zorg is zo efficiënt dat bij een stevige griep er al patiënten overgebracht moeten worden naar Duitsland. Testen: too little too late! Het opzetten van een vaccinatie programma hetzelfde.

Ik maak me echt zorgen, er is veel onderhuidse spanning. Als je die uit, wordt je als snel weggezet als Wappie. Toch bekruipt me een onaangenaam gevoel. Als onze regering al zo in elkaar steekt. Dat mensen onrecht wordt aangedaan en daar niet de verantwoordelijkheid voor neemt. Is het dan raar dat mensen gaan geloven in complottheorieën?

Murmureren tegen de vorst.

Ooit vroeg ik het me af in een blog: Zou dat ook een Nederlands woord zijn: Murmureren? Even opzoeken en ja hoor in het oude Nederlands werd het gebruikt als er een mumuratie was tegen een kasteelheer of tegen de koning. Men stond dan bij het kasteel te mopperen of Murmureren! Misschien is het een idee om dat woord in ere te herstellen want eigenlijk is er in ons land ook een beetje een murmuratie. Iedereen heeft het er wel een beetje over en de huidige kasteelheren weten ook niet hoe het moet. Ze nemen maatregelen waarvan het volk weet dat het niet goed is maar ze staan machteloos.

Het is tijd dat er een mumuratie komt. Massaal optrekken. Niet met grote geluid installaties de boel overschreeuwen.   Maar met elkaar praten over wat er loos is, stevig met elkaar in discussie. Niet door één iemand verwoord maar door allen. Leiding geven zonder leiders.

Hoe doe je dat? Kijk naar de spreeuwen, deze dagen zijn ze weer in grote getale te zien tegen de avondlucht. prachtige formaties. En als ze dan een keer met elkaar geland zijn in een boom of op een weiland dan is het een lawaai van jewelste. Een murmuratie. Niet hard maar veel omvattend. Als spreeuwen al indrukwekkend kunnen zijn met mompelen hoe zal een mumurerende menigte dan klinken?

In plaats van schreeuwen op het binnenhof met elkaar volop in gesprek.

Eigenlijk zagen we al een beetje hoe het volk murmureerde tegen de koning met tweets zo hard dat hij het in Griekenland hoorde. Wat een mooie beeldspraak, was onze regering maar niet zo doof tegen murmureren.